ECLI:NL:GHDHA:2023:2032, Gerechtshof Den Haag, 17-10-2023, BK-23/00283 tm BK-22/00288 — GHDHA:2023:2032
Samenvatting
Art. 67n AWR, art. 67e, lid 1, AWR (tekst voor 1 juli 2009) en art. 67e, lid 1 en lid 6, AWR (tekst na 1 juli 2009). Verwijzingszaak HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:358. Belanghebbende heeft bankrekeningen bij UBS Bank in Zwitserland gedurende een lange reeks van jaren voor de Inspecteur IB en Inspecteur successierecht verzwegen. Belanghebbende keert in oktober 2015 in. Geen sprake van vrijwillige inkeer omdat vermoeden gerechtvaardigd is dat hij door UBS Bank op de hoogte is gesteld van het groepsverzoek van CLO aan Zwitserland van juli 2015, welk groepsverzoek ook op de rekeningen van belanghebbende betrekking had. Belanghebbende kon ten tijde van de inkeer redelijkerwijs verwachten dat de Inspecteur op de hoogte zou komen van de rekeningen. De vergrijpboetes van 40% resp. 100% zijn passend en geboden. Rechtbank heeft de boetes terecht met 15% verminderd wegens overschrijding redelijke termijn. Geen aanleiding voor verdere matiging.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:10743, Rechtbank Amsterdam, 19-12-2025, 81/178404-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1062, Hoge Raad, 18-07-2025, 23/04710
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1167, Hoge Raad, 18-07-2025, 23/04711
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:4924, Rechtbank Amsterdam, 01-08-2023, 23-003849
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BK-23/00283 tm BK-22/00288
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2032