ECLI:NL:GHDHA:2024:1569, Gerechtshof Den Haag, 11-09-2024, 22-001130-20 — GHDHA:2024:1569
Samenvatting
Onderzoek 26Indianapolis. Aan de verdachte wordt verweten dat zij in 2015 is uit gereisd naar het zogenoemde kalifaat in Syrië en/of Irak. Zij zou daar deel hebben uitgemaakt van de terroristische organisatie IS en in die periode ook samen met anderen voorbereidings- en bevorderingshandelingen hebben verricht tot het plegen van terroristische misdrijven. Naar het oordeel van het hof staat niet buiten redelijke twijfel vast dat de verdachte in de tenlastegelegde periode verbleef in Syrië en/of Irak teneinde zich te vestigen in het door IS gestichte kalifaat. Verdachte wordt daarom vrijgesproken.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2024:2298, Gerechtshof Den Haag, 05-12-2024, 22-003211-23
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:1024, Gerechtshof Den Haag, 25-06-2024, 22-003713-22
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2024:2436, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-04-2024, 21-000277-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:80, Gerechtshof Den Haag, 25-01-2024, 2200304620
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 september 2024
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-001130-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:1569