ECLI:NL:GHDHA:2024:2027, Gerechtshof Den Haag, 02-10-2024, 200.305.428/01 & 200.305.428/02 — GHDHA:2024:2027
Samenvatting
Partneralimentatie. De man heeft de AOW-gerechtigde leeftijd al behaald, maar verricht nog steeds ondernemingsactiviteiten en verwerft daarmee inkomen. De man heeft na ontbinding van de huwelijksgemeenschap en terwijl de ontbonden gemeenschap nog niet is verdeeld, zijn eenmanszaak ingebracht in een besloten vennootschap en de werkzaamheden van de onderneming beperkt. Op grond van artikel 3:170 lid 2 BW was de man niet bevoegd de schoorsteenveegactiviteiten (goodwill en activa) te vervreemden en activa van de eenmanszaak in de B.V. in te brengen zonder de instemming van de vrouw. De prognose 2024 is gebaseerd op de omzet in de maanden januari en februari 2024. Volgens de prognose voor 2024 zal de onderneming in 2024 verlieslijdend zijn en de man stelt daarom dat de onderneming een lagere management fee aan hem kan uitbetalen. De man berekent zijn draagkracht voor 2024 aan de hand van een bruto jaarsalaris van € 96.000,- terwijl de man, zo heeft het hof hiervoor vastgesteld, in de afgelopen jaren met de eenmanszaak steeds een winst uit onderneming tussen de tweeëneenhalf en vier ton per jaar heeft behaald. Dat is een aanzienlijke daling in zijn inkomen, welke daling naar het oordeel van het hof niet door de man op een deugdelijke wijze is verklaard terwijl hij zijn ondernemingsactiviteiten zij het in de vorm van een B.V. voortzet. Het hof is van oordeel dat de verkoop van de schoorsteenveegactiviteiten en de inbreng van de eenmanszaak in de B.V. niet ten nadele van de vrouw mogen zijn, nu zij daar niet mee heeft ingestemd en de man niet een deugdelijke verklaring heeft gegeven voor de daling van de winstgevendheid van de ondernemingsactiviteiten
Betrokken advocaten
verweerder
Koerhuis - Kersten familierechtadvocaten en scheidingsmediators, ZWOLLE
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:21918, Rechtbank Den Haag, 09-07-2025, C/09/685005 / FA RK 25-3494
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:3087, Rechtbank Rotterdam, 06-03-2025, C/10/693835 / KG ZA 25-96
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:13780, Rechtbank Rotterdam, 17-12-2024, C/10/647874 / FA RK 22-8150 en C/10/663063 / FA RK 23-5556
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:4975, Rechtbank Rotterdam, 29-05-2024, C/10/663707 / HA ZA 23-694
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 oktober 2024
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.305.428/01 & 200.305.428/02
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2027