Juristi.nl

ECLI:NL:GHDHA:2025:191, Gerechtshof Den Haag, 14-01-2025, 200.328.489/01 — GHDHA:2025:191

Samenvatting

Vraag of de gedaagde recht heeft op vergoeding van haar volledige proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv. als eiser een door hem tegen die gedaagde aanhangig gemaakt IE-kort geding enkele dagen voor de behandeling daarvan interk. Het hof wijst de vordering tot vergoeding van de proceskosten toe en begroot deze tot de datum van intrekking van het kort geding op de voet van artikel 1019h Rv, uitgaande van het maximale indicatietarief in IE-zaken voor een eenvoudig kort geding, op een bedrag van € 6.000,--, met griffierecht. De kosten in het hoger beroep worden begroot op basis van het liquidatietarief.

Betrokken advocaten

mr. M.C. Franken-Schoemaker

appellant

Legal 8 Advocatuur, HOUTEN

mr. L. Keukens

appellant

TeekensKarstens advocaten notarissen, AMSTERDAM

mr. T. Meijer

RWV Advocaten, LEIDEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 januari 2025

Zaaknummer

200.328.489/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2025:191

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:243
Gerechtshof Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
GHDHA:2026:232
Gerechtshof Den Haag·20 februari 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
GHDHA:2025:2741
Gerechtshof Den Haag·12 december 2025
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
GHDHA:2025:2390
Gerechtshof Den Haag·18 november 2025
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
GHDHA:2025:2742
Gerechtshof Den Haag·18 november 2025
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht