ECLI:NL:GHDHA:2025:191, Gerechtshof Den Haag, 14-01-2025, 200.328.489/01 — GHDHA:2025:191
Samenvatting
Vraag of de gedaagde recht heeft op vergoeding van haar volledige proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv. als eiser een door hem tegen die gedaagde aanhangig gemaakt IE-kort geding enkele dagen voor de behandeling daarvan interk. Het hof wijst de vordering tot vergoeding van de proceskosten toe en begroot deze tot de datum van intrekking van het kort geding op de voet van artikel 1019h Rv, uitgaande van het maximale indicatietarief in IE-zaken voor een eenvoudig kort geding, op een bedrag van € 6.000,--, met griffierecht. De kosten in het hoger beroep worden begroot op basis van het liquidatietarief.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:5595, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-09-2025, 200.346.776/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:21504, Rechtbank Den Haag, 17-09-2024, C/09/670290 / KG ZA 24-713
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:4598, Rechtbank Rotterdam, 15-05-2024, C/10/668579 / HA ZA 23-973
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:6580, Rechtbank Gelderland, 06-12-2023, 415861
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrechtZaaknummer
200.328.489/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:191