ECLI:NL:GHDHA:2025:2305, Gerechtshof Den Haag, 05-11-2025, 200.353.500/01 — GHDHA:2025:2305
Samenvatting
Huurrecht echtelijke woning en partneralimentatie. Anders dan rechtbank gaat het hof voor de draagkracht van de man uit van het feitelijk inkomen van de man en niet van het (hogere) gebruikelijke DGA-loon. Het hof stelt een lagere partneralimentatie vast dan eerder bij voorlopige voorziening is bepaald. De titel van de betalingen van de man is gelegen in de beschikking voorlopige voorziening nu de voorlopige voorziening ex artikel 822 lid 1 sub e Rv haar kracht behoudt totdat de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 1:156 BW in kracht van gewijsde gaat. Hoewel in beginsel op de vrouw een terugbetalingsverplichting rust vanaf het moment dat de onderhavige beslissing in kracht van gewijsde gaat, omdat het lagere alimentatiebedrag ingaat op de dag dat de echtscheiding is ingeschreven in de daartoe bestemde registers, is het hof van oordeel dat terugbetaling van de teveel ontvangen partneralimentatie in dit geval niet van de vrouw kan worden gevergd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:27028, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, C/09/688277 / FA RK 25-5227
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26759, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, C/09/678442 / FA RK 25-217
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26410, Rechtbank Den Haag, 28-11-2025, C/09/694038 / KG ZA 25-1081
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22048, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, 09/219680-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.353.500/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2305