ECLI:NL:GHDHA:2025:2758, Gerechtshof Den Haag, 23-12-2025, 22-003257-23 — GHDHA:2025:2758
Samenvatting
Vrijspraak van medeplegen/medeplichtigheid moord. Het hof kan niet vaststellen dat de verdachte het opzet heeft gehad op en een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de dood van het slachtoffer. De afpersing van het slachtoffer die de verdachte voor ogen stond houdt in onvoldoende mate verband met de door medeverdachte gepleegde moord, om hem als medeplichtige daaraan aan te merken. Ook vrijspraak medeplegen wegmaken van een lijk. Schoonmaken van sporen vormt daarvoor een onvoldoende wezenlijke bijdrage.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2757, Gerechtshof Den Haag, 23-12-2025, 22-003236-23
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:141, Gerechtshof Den Haag, 04-02-2025, 22-000960-21
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:1389, Gerechtshof Den Haag, 06-08-2024, 22-003672-23.a
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:6011, Rechtbank Den Haag, 26-04-2024, 71/093308-21
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-003257-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2758