Juristi.nl
ECLI:NL:GHDHA:2025:963Civiel Recht; Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2025:963, Gerechtshof Den Haag, 01-04-2025, 200.331.645/01 — GHDHA:2025:963

Samenvatting

Huur bedrijfsruimte. Vordering tot huurbeëindiging o.g.v. dringend persoonlijk gebruik (art. 7:296 lid 1 onder b BW) dan wel redelijke belangenafweging (art. 7:296 lid 4 BW). Vordering ontvankelijk nu opzegbrief tegelijk met dagvaarding aan huurder is betekend? (vgl. art. 7:295 lid 2 BW). Rendementsverbetering na renovatie (samenvoeging winkelpanden) voldoende aannemelijk gemaakt? Vergelijking tussen enerzijds huur die winkelpanden elk afzonderlijk op basis van huidige markthuurprijzen zouden opbrengen en anderzijds huur die de na samenvoeging van deze panden ontstane bedrijfsruimte zou opbrengen.

Betrokken advocaten

mr. N. van Tamelen

verweerder

Hemwood, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2025

Zaaknummer

200.331.645/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2025:963

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:439
Gerechtshof Den Haag·31 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:395
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:391
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:381
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:382
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht