ECLI:NL:GHDHA:2026:334, Gerechtshof Den Haag, 17-03-2026, 200.360.839 — GHDHA:2026:334
Samenvatting
Verstekzaak. Verhuurder komt op tegen vonnis van de voorzieningenrechter waarin vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat huurder aanspraak kan maken op ontruimingsbescherming op grond van art. 7:230a BW. Hoger beroep slaagt niet omdat huurder inmiddels verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn heeft ingediend, het hof ervan uitgaat dat dat verzoek is toegewezen en zich als kort geding rechter richt naar de uitspraak van de bodemrechter.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:130, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/251
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:111, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-03-2026, 23/1367
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:335, Gerechtshof Den Haag, 17-03-2026, 200.343.156/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:368, Gerechtshof Den Haag, 17-03-2026, 200.337.551/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.360.839
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:334