ECLI:NL:GHDHA:2026:361, Gerechtshof Den Haag, 04-03-2026, 200.364.609/01 — GHDHA:2026:361
Samenvatting
Het wrakingsverzoek ziet op de wijze waarop het artikel 12 beklag is behandeld, in het bijzonder de stilzwijgende stilstand van het verzoek na doorzending door gerechtshof ’s-Hertogenbosch, het terugsturen van het dossier naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch zonder kenbare, schriftelijke en verifieerbare rechterlijke beslissing, de summiere afhoudende en feitelijk anonieme communicatie en de omstandigheid dat dit klaagschrift gericht is tegen het gerechtsbestuur van gerechtshof Den Haag, waardoor extra waarborgen tegen (de schijn van) institutionele partijdigheid geboden zijn. Deze gang van zaken heeft bij verzoeker de indruk van onwelwillendheid en afhoudendheid in de behandeling van het beklag gewekt. Hiermee is sprake van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, aldus verzoeker. Beslissing op wrakingsverzoek: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2022:2514, Gerechtshof Den Haag, 16-12-2022, 2200106818
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2513, Gerechtshof Den Haag, 16-12-2022, 2200084418
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:702, Gerechtshof Den Haag, 28-04-2022, 2200024220
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2018:1565, Gerechtshof Den Haag, 29-05-2018, 200.207.060/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
200.364.609/01
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:361