ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6266, Gerechtshof Leeuwarden, 13-03-2009, 000747-08 — GHLEE:2009:BH6266
Samenvatting
Naar het oordeel van het hof is de zaak omstreeks september 2007 geëindigd met de uitdrukkelijke mondelinge toezegging door de officier van justitie dat verzoeker niet verder zou worden vervolgd. Daaraan kan niet afdoen dat - om welke reden ook - het OM heeft nagelaten om desgevraagd een schriftelijke bevestiging van deze toezegging aan de raadsman te doen toekomen. Het verzoek is op 23 juni 2008 en dus ruimschoots na afloop van de gestelde termijn ingediend. De rechtbank heeft verzoeker in zijn verzoek derhalve ten onrechte ontvangen. Het hof zal met vernietiging van de beslissing van de rechtbank verzoeker alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Het hof ziet geen aanleiding tot het vergoeden van de kosten die zijn gemaakt in verband met de onderhavige procedure.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:2577, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-04-2025, 21-002194-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:1241, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2025, 21-002639-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHARL:2024:7820, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-12-2024, 21-000155-21
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2023:9081, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-10-2023, 21-003514-21
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 maart 2009
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
000747-08
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6266