Werker Hong Kong krijgt geen aftrek dubbele belasting zonder bewijs arbeid — GHSGR:2010:BO1208
inkomstenbelasting / aftrek ter voorkoming van dubbele belasting / buitenlands arbeidsinkomen Hong Kong
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (binnenlands belastingplichtige inwoner van Z)
Verweerder / gedaagde
Inspecteur van de Belastingdienst Zuidwest
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de belastingplichtige geen recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk arbeid heeft verricht binnen het grondgebied van Hong Kong.
- Er bestaat geen belastingverdrag tussen Nederland en Hong Kong in 2003; het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 is van toepassing.
- De belastingplichtige draagt de bewijslast om aannemelijk te maken dat hij daadwerkelijk arbeid heeft verricht binnen het grondgebied van Hong Kong.
- Uit het arbeidscontract bleek dat Hong Kong uitdrukkelijk was uitgezonderd van het werkgebied van de belastingplichtige.
- De belastingplichtige legde geen enkel document over waaruit de omvang of duur van werkzaamheden in Hong Kong bleek.
- Het Nederlandse Standaard Verdrag (NSV) is in deze situatie niet relevant, nu dat model alleen beleid inzake belastingverdragen verduidelijkt en geen rechtstreekse werking heeft.
Samenvatting
Een Nederlandse inwoner die in 2003 werkte voor een bedrijf in Hong Kong, vroeg bij zijn belastingaangifte aftrek aan om dubbele belasting te voorkomen. Hij had van zijn werkgever in Hong Kong een fiscaal loon ontvangen van ruim dertigduizend euro en wilde dit bedrag vrijstellen van Nederlandse inkomstenbelasting.
De belastingdienst weigerde deze aftrek, omdat er in 2003 geen belastingverdrag bestaat tussen Nederland en Hong Kong. Ook het verdrag dat Nederland met China heeft gesloten, geldt niet voor Hong Kong. In zulke gevallen is het Nederlandse Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 van toepassing. Dat besluit stelt als voorwaarde dat de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij daadwerkelijk arbeid heeft verricht ónnen het grondgebied van het andere land, in dit geval Hong Kong.
De man kon dit echter niet aantonen. Uit zijn arbeidscontract bleek juist dat zijn werkgebied diverse landen in het Verre Oosten omvatte, maar Hong Kong was daar expliciet van uitgezonderd. Verder legde hij in de procedure geen enkel document over waaruit kon worden afgeleid dat hij daadwerkelijk in Hong Kong had gewerkt, laat staan hoe lang.
De belastingplichtige betoogde ook dat het aan de inspecteur was om te bewijzen dat zijn inkomen in Nederland belastbaar was, zodra hij had aangetoond dat het inkomen in het buitenland was belast. Het hof verwierp deze redenering: de bewijslast ligt juist bij de belastingplichtige zelf. Hij moet aantonen dat hij werkzaamheden heeft verricht binnen het grondgebied van het andere land.
Het gerechtshof in Den Haag bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aanslag blijft daarmee in stand, en ook een vergoeding van proceskosten wordt niet toegekend.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1430, Gerechtshof Den Haag, 08-05-2013, BK-12-00385
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1431, Gerechtshof Den Haag, 08-05-2013, BK-12-00387
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9988, Gerechtshof Den Haag, 17-04-2013, BK-11/00868, 11/00869, 11/00870 en 11/00871
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6301, Gerechtshof 's-Gravenhage, 17-10-2012, BK-11-00695 en BK-11-00696
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 oktober 2010
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BK-09/00856
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1208