ECLI:NL:GHSHE:2018:1771, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-04-2018, 200.234.063_01 — GHSHE:2018:1771
Samenvatting
De vordering tot opheffing van door kantonrechter in bodemvonnis opgelegde dwangsommen moet ingevolge artikel 611d Rv worden aangebracht bij de rechter die de dwangsom heeft opgelegd, dat wil in dit geval zeggen bij de kantonrechter als bodemrechter. Eiser heeft de vordering ten onrechte aanhangig gemaakt bij de kantonrechter rechtdoende in kort geding. Het hof is voornemens eiser alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, maar geeft partijen eerst de gelegenheid om zich hierover uit te laten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2023:19773, Rechtbank Den Haag, 14-12-2023, C/09/642047 / HA RK 23-43
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:2693, Gerechtshof Amsterdam, 17-10-2023, 200.289.020/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2023:6895, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-10-2023, C/02/395317 / HA ZA 22-110 (T)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2023:3401, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-05-2023, C/02/397293 / HA ZA 22-225 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 april 2018
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.234.063_01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2018:1771