ECLI:NL:GHSHE:2018:5074, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-12-2018, 200.188.277_01 — GHSHE:2018:5074
Samenvatting
Exhibitievordering van werkgever tegen twee ex-werknemers. Het hof wijst de vordering af waarbij het toetst aan de hand van de maatstaf “Degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt, dient zodanige feiten en omstandigheden te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen, dat de gestelde onrechtmatigheid/inbreuk voldoende aannemelijk is. De vraag wat in het kader van een vordering uit hoofde van art. 843a Rv respectievelijk artikel 1019a Rv als een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, kan niet in algemene zin kan worden beantwoord. Het komt steeds aan op een waardering van de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal. Daarbij is uitgangspunt dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op (dreigend) onrechtmatig handelen c.q. een (dreigende) inbreuk gebaseerde (verbods)vordering” (HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304, NJ 2016/491; HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834, NJ 2017/22; HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1775).
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2022:2437, Rechtbank Amsterdam, 20-04-2022, C/13/699369 / HA ZA 21-279
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2021:3562, Gerechtshof Amsterdam, 16-11-2021, 200.278.471/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:2337, Gerechtshof Amsterdam, 03-08-2021, 200.270.050/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:2315, Gerechtshof Amsterdam, 27-07-2021, 200.280.409/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
4 december 2018
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.188.277_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2018:5074