Huurkoper moet schuld betalen ondanks beslag op auto — GHSHE:2019:1153
huurkoop / ontbinding overeenkomst na justitieel beslag / schuldeisersverzuim / vrijwaring Staat
Eiser / verzoeker
Appellant (huurkoper van de Ford F150 Pick Up)
Verweerder / gedaagde
BMW Financial Services B.V. (handelend onder naam AFS) en de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid)
Het hof bekrachtigde de vonnissen van de kantonrechter: de vorderingen van BMW Financial Services werden toegewezen en de man moest het restant van de huurkoopschuld betalen, ook zijn beroep op schuldeisersverzuim en rechtsverwerking werd verworpen.
- Het hof oordeelde dat de strekking van de twee versies van de algemene voorwaarden voor dit geschil gelijk was, zodat niet hoefde te worden vastgesteld welke versie van toepassing was.
- Het beroep op schuldeisersverzuim werd verworpen: BMW Financial Services had weliswaar laat actie ondernomen, maar dit rechtvaardigde niet dat de man zijn betalingsverplichtingen kon opschorten of de ontbinding onaanvaardbaar was.
- Het beroep op rechtsverwerking werd verworpen: het enkele tijdsverloop en passief handelen van BMW Financial Services leverde geen rechtsverwerking op.
- De ontbinding van de huurkoopovereenkomst op grond van inbeslagname door justitie werd rechtsgeldig geacht, ook al had de financieringsmaatschappij eerder actie kunnen ondernemen.
- In de vrijwaringszaak tegen de Staat werd eveneens geoordeeld dat de Staat niet aansprakelijk was voor de verkoop van de in beslag genomen auto.
Samenvatting
Een man uit Limburg sloot in juni 2015 een huurkoopovereenkomst met BMW Financial Services (handelend onder een andere naam) voor een Ford F150 Pick Up. De auto werd in de zomer van 2015 door het Openbaar Ministerie in beslag genomen. De man deed een klaagschrift om de auto terug te krijgen, maar dat werd ongegrond verklaard omdat de auto eigendom was van de financieringsmaatschappij, niet van hemzelf.
Nadat de man BMW Financial Services in november 2015 had gevraagd om mee te werken aan het terugvorderen van de auto, bleef de maatschappij lange tijd passief. Pas in januari 2016 verzocht BMW Financial Services het Openbaar Ministerie de auto terug te geven — maar dat bleek te laat. De auto was op 12 januari 2016 al door justitie verkocht aan een derde voor ruim 21.000 euro. Dit bedrag werd overgemaakt aan BMW Financial Services.
De financieringsmaatschappij ontbond vervolgens de huurkoopovereenkomst op grond van de algemene voorwaarden, die ontbinding toestaan bij inbeslagname door politie of justitie. Ze vorderde het restant van de lening, vermeerderd met contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten, minus de verkoopopbrengst. Dat resulteerde in een vordering van ruim 12.800 euro.
De man weigerde te betalen. Hij stelde dat BMW Financial Services wanprestatie had gepleegd door te lang te wachten met het terugvorderen van de auto. Als de maatschappij eerder had opgetreden, had de auto teruggegeven kunnen worden en had de huurkoopovereenkomst gewoon uitgevoerd kunnen worden. De man beriep zich op schuldeisersverzuim en rechtsverwerking, en stelde ook een opschortingsrecht te hebben uitgeoefend.
De kantonrechter wees alle verweren af en wees de vordering van BMW Financial Services toe. De man ging in hoger beroep. Tegelijkertijd had hij in eerste aanleg ook de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid) in vrijwaring opgeroepen, omdat justitie de auto had verkocht. Ook in die procedure werd hij in het ongelijk gesteld.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde beide hoger beroepen gezamenlijk. Het hof stelde vast dat de algemene voorwaarden in beide versies die over dit geschil relevant waren, dezelfde strekking hadden, zodat niet relevant was welke versie precies van toepassing was. De grieven van de man, waaronder zijn beroep op schuldeisersverzuim en rechtsverwerking, werden door het hof beoordeeld. De uitkomst van het arrest is dat het hof de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigde en de man dus ook in hoger beroep in het ongelijk stelde.
Betrokken advocaten
mr. I.C. Engels
De Staat der Nederlanden
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2023:960, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-03-2023, 200.322.542_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:HR:2021:1538, Hoge Raad, 15-10-2021, 21/02320
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBROT:2021:4621, Rechtbank Rotterdam, 26-05-2021, C/10/609819 /HA ZA 20-1200
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2020:9555, Rechtbank Limburg, 01-12-2020, 8779356 AZ VERZ 20-105
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2019
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.232.737_01 en 200.232.739_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:1153