ECLI:NL:GHSHE:2022:1180, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-04-2022, 200.281.863_01 — GHSHE:2022:1180
Samenvatting
Aannemer wenst afrekening op grond van paragraaf 39 lid 1 UAV 2012 op basis van verrekenbare hoeveelheden. Opdrachtgever betwist dat de hoeveelheid die de aannemer heeft gebaggerd baggerspecie betrof en noodzakelijk was om het werk tot stand te brengen. Gelet op de tussen partijen geldende overeenkomst ligt het op de weg van de aannemer om te stellen en te onderbouwen dat hetgeen hij heeft ontgraven baggerspecie betrof. De aannemer heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd, in het licht van de gemotiveerde betwisting door de opdrachtgever. Ook een beroep op paragraaf 29 lid 3 UAV 2012 en paragraaf 39 lid 2 UAV 2012 gaat niet op.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2022:2064, Rechtbank Den Haag, 10-03-2022, C/09/624587 KG ZA 22/97
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2019:565, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-02-2019, 200.246.008_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2017:15463, Rechtbank Den Haag, 13-12-2017, C-09-541484-KG ZA 17-1360
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2017:2329, Rechtbank Noord-Holland, 28-03-2017, C/15/253645 / KG ZA 17-30
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 april 2022
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.281.863_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1180