ECLI:NL:GHSHE:2022:2537, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-05-2022, 20-000834-21 — GHSHE:2022:2537
Samenvatting
Het hof is van oordeel dat de invordering van een rijbewijs van kracht is zolang het rijbewijs niet is teruggegeven. Als moment van teruggave geldt het moment waarop het rijbewijs feitelijk aan de verdachte is teruggegeven en hij daarover dus kan beschikken. Nu de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde op 19 oktober 2020 feitelijk (nog) niet beschikte over zijn rijbewijs, nadat dit was ingevorderd, was het rijbewijs op dat moment dus nog niet teruggegeven in de zin van de wet. Zelfs als zou vaststaan dat het rijbewijs door het CBR niet onverwijld is teruggegeven, terwijl dat wel had moeten gebeuren, doet dit niets af aan het feit dat de verdachte zonder feitelijke beschikking over zijn rijbewijs niet mocht rijden. Dat de verdachte tijdens de cursus zou hebben vernomen dat hij mocht rijden, maakt dit evenmin anders.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:3568, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-12-2025, 20-001029-24
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1752, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-06-2025, 20-000469-19
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1725, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-06-2025, 20-003017-21
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:418, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-02-2025, 20-000219-24
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 mei 2022
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
20-000834-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:2537