Juristi.nl
ECLI:NL:GHSHE:2022:4070Civiel Recht

ECLI:NL:GHSHE:2022:4070, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-11-2022, 200.310.627_01 en 200.310.629_01 — GHSHE:2022:4070

Samenvatting

het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is gedeeltelijk door de rechtbank afgewezen / ingevolge artikel 188 lid 2 Rv is dan ook een hogere voorziening toegelaten / er is dus geen sprake van een rechtsmiddelenverbod / appellant in de zaak 627 is ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep / de vragen die appellant van de rechtbank niet mocht stellen aan de getuigen zijn, in het licht van de verduidelijking van appellant in hoger beroep van feitelijke aard / het hoger beroep van appellant slaagt derhalve in zoverre / de regie van een voorlopig getuigenverhoor berust in beginsel wel bij de rechter-commissaris het appel in de zaak 629 slaagt daarentegen niet / appellante hoeft niet toegelaten te worden bij het voorlopig getuigenverhoor tussen partij X en Y / de rechtbank heeft namelijk in de beschikking van 3 november 2021 overwogen dat appellante terecht niet als wederpartij is aangemerkt, omdat X een zelfstandige procedure tegen Y wenst te starten die appellante niet raakt en de onderhavige procedure voor X niet het doel heeft om bewijs te verzamelen tegen appellante. In dit oordeel ligt besloten het oordeel dat appellante óók niet als belanghebbende kan worden aangemerkt in de procedure van het voorlopig getuigenverhoor / deze beslissing – dat appellante terecht niet als wederpartij is aangemerkt – komt kracht van gewijsde toe, nu appellante geen grief heeft gericht tegen dit oordeel / daarom komt het hof niet toe aan de beantwoording van de vraag of in het hoger beroep tegen de beschikking van 25 februari 2022 zich een doorbrekingsgrond voordoet – gezien het rechtsmiddelenverbod van artikel 188 lid 2 Rv (zie HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2395, NJ 2019, 37) – / geen sprake van schending van artikel 6 EVRM doordat appellante niet toegelaten wordt als procespartij tijdens het voorlopig getuigenverhoor zelf, omdat er geen sprake is van het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen van één van de betrokkenen en dus ook niet van appellante

Betrokken advocaten

mr. A. Aslan

appellant

CMS, AMSTERDAM

mr. A. Haan

appellant

CMS, AMSTERDAM

mr. W.F. Hendriksen

verweerder

Van Doorne, AMSTERDAM

mr. S. Knottnerus

verweerder

Griph, AMSTERDAM

mr. J. Stikkelbroeck

verweerder

Griph, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 november 2022

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.310.627_01 en 200.310.629_01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHSHE:2022:4070

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHSHE:2025:3438
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·2 december 2025
Civiel Recht
GHSHE:2025:3331
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·18 november 2025
Civiel Recht
GHSHE:2025:2748
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·7 oktober 2025
Civiel Recht
GHSHE:2025:2685
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·30 september 2025
Civiel Recht
GHSHE:2025:2459
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·9 september 2025
Civiel Recht