ECLI:NL:GHSHE:2023:3978, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-11-2023, 200.224.035_01 — GHSHE:2023:3978
Samenvatting
Wateroverlast op percelen en bij woningen na de realisatie door een projectontwikkelaar van een aan die percelen grenzende woonwijk op grond van een door de gemeente vastgesteld bestemmingsplan. Beoordeling deskundigenrapport waarbij drie deskundigen zijn benoemd, een voorzitter en twee deskundigen die ieder eerder in de procedure als partijdeskundige van de projectontwikkelaar en de gemeente hebben gefungeerd (zie rov. 2.5.2. en 2.5.3.). De gemeente is te verwijten dat zij na de vaststelling van het bestemmingsplan, in de wetenschap dat het plangebied en de directe omgeving op het punt van de (grond)waterhuishouding kwetsbaar is, niet voorafgaand aan de door haar toegestane en met de projectontwikkelaar overeengekomen ontwikkeling van het plangebied de directe omgeving van dat plangebied zorgvuldig in kaart heeft laten brengen en de negatieve gevolgen van de realisatie voor de waterhuishouding in die directe omgeving, zoals vastgesteld door de deskundigen, heeft laten onderzoeken. Had de gemeente dat wel gedaan, dan had het treffen van adequate maatregelen die negatieve gevolgen kunnen voorkomen. De maatregelen die zijn getroffen, zijn niet toereikend gebleken. Het hof acht de mogelijkheid aannemelijk dat de eigenaren schade hebben geleden als gevolg van de door de deskundigen vermelde verhoging van de gemiddelde grondwaterstand ter plaatse van hun woningen en de omstandigheid dat hun percelen langer dan voorheen kampen met de gevolgen van hevige regenval. Op grond van het deskundigenrapport is het voldoende aannemelijk dat de door de eigenaren gestelde wateroverlast geheel of gedeeltelijk is veroorzaakt dan wel erger is geworden door de wijzigingen van de bodem die zijn aangebracht bij de realisering van het plangebied. Daarbij is in het bijzonder in aanmerking genomen dat de deskundigen rapporteren dat de toename van de grondwaterstanden en de trage daling van de grondwaterstand na een bui, bij lange periodes van neerslag of meerdere achtereenvolgende buien tot problemen kunnen leiden. Voor zover er onzekerheid is over dit verband, dient dit voor risico van de gemeente en de projectontwikkelaar te komen en moeten niet te hoge eisen aan het door de eigenaren op dit punt te leveren bewijs worden gesteld, omdat voorafgaande aan de realisatie geen nulmeting van de situatie ter plaatse is verricht (zie rov. 2.5.6). De onrechtmatige daad van de gemeente en van de projectontwikkelaar is (in elk geval) gedeeltelijk in causaal verband staat met schade van de eigenaren.
Betrokken advocaten
mr. P.J.W.M. Theunissen te Roermond
appellant
mr. L.W.J.P.F. Enig te Venlo
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:71, Rechtbank Limburg, 14-01-2026, 11454117 \ CV EXPL 24-6851
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12656, Rechtbank Limburg, 09-07-2025, C/03/330833 / HA ZA 24-240
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:1429, Rechtbank Limburg, 29-01-2025, C/03/324800 / HA ZA 23-514
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2025:82, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2025, 200.343.016_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 november 2023
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.224.035_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3978