Rechter matigt ontnemingsbedrag na enorme termijnoverschrijding — GHSHE:2025:1765
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / witwassen
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Betrokkene (verdachte)
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €59.000, maar de betalingsverplichting wordt wegens overschrijding van de redelijke termijn verminderd tot €49.000.
- Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €59.000 op basis van witwassen van twee contant aangekochte auto's (Ferrari €35.000 en Mercedes €24.000)
- Voordeel uit hennepteelt buiten beschouwing gelaten omdat in de hoofdzaak alleen aanwezig hebben van hennep bewezen werd verklaard, niet de teelt
- Redelijke termijn overschreden met ruim vijf jaar in totaal (meer dan vier jaar in eerste aanleg en bijna zes maanden in hoger beroep)
- Betalingsverplichting wegens termijnoverschrijding verminderd met €10.000 tot €49.000
- Hoge Raad had eerder het arrest van het hof vernietigd dat het OM niet-ontvankelijk had verklaard, waarna de zaak werd teruggewezen
Samenvatting
Een man uit Limburg werd in een langlopende strafzaak veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en witwassen. Naast de strafzaak liep er een ontnemingsprocedure, waarbij het Openbaar Ministerie probeerde wederrechtelijk verkregen voordeel terug te vorderen. Die procedure sleepte zich jarenlang voort en belandde uiteindelijk — na een omweg via de Hoge Raad — opnieuw bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
De zaak draait om twee dure auto's die de man contant zou hebben aangeschaft: een Ferrari voor €35.000 en een Mercedes ML voor €24.000. Uit politieonderzoek bleek dat zijn legale inkomsten — en die van zijn gezin — ver te gering waren om dergelijke aankopen te verklaren. Bankafschriften toonden nauwelijks betalingen voor levensonderhoud, terwijl er juist contante stortingen plaatsvonden. De verbalisanten concludeerden dat sprake was van een onbekende, illegale inkomstenbron.
Het hof stelde vast dat de man de twee voertuigen kocht met geld waarvan de herkomst niet legaal kon worden verklaard. Daarmee was het witwassen van €59.000 bewezen. De advocaat-generaal had ook gevorderd dat de opbrengsten uit hennepteelt zouden worden meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof ging daar echter niet in mee: in de strafzaak werd de man vrijgesproken van hennepteelt en slechts veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep. Van concrete voordelen uit dat bezit was niet gebleken, zodat alleen het witwassen als grondslag diende.
Een centraal punt in de procedure was de forse overschrijding van de redelijke termijn. Conservatoir beslag werd al op 14 maart 2014 gelegd — het startpunt dat het hof aanhoudt voor de redelijke termijn. De rechtbank deed echter pas in november 2020 uitspraak, een overschrijding van ruim vier jaar en zeven maanden. Ook in hoger beroep liep de termijn bijna zes maanden te lang. In totaal ging er dus meer dan vijf jaar verloren boven op de toegestane termijnen. Het hof rekende dit de staat aan en verlaagde de betalingsverplichting met €10.000 als compensatie voor deze schending.
De verdediging had primair gepleit voor volledige afwijzing van de ontnemingsvordering, maar het hof volgde die lijn niet. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank — die het voordeel nog op €113.384 had vastgesteld — en legt de man uiteindelijk een betalingsverplichting op van €49.000 aan de Staat.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2026:97, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2026, 20-002694-24
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:3487, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-12-2025, 20-000249-25
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:1258, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-04-2024, 20-003188-23
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:515, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-02-2022, 20-001644-16
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 april 2025
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
20-002861-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:1765