ECLI:NL:GHSHE:2025:201, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2025, 200.303.136_01 — GHSHE:2025:201
Samenvatting
Het gaat na bewijslevering nog om de vraag of [geïntimeerde] hetgeen tussen partijen in artikel 12 van de vaststellingsovereenkomst (hierna: Vervreemdingsbeding 2) is overeengekomen heeft geschonden door de percelen in gebruik te geven aan [persoon A] (junior) (zonder dat sprake is van geliberaliseerde pacht) en hem deze percelen voor eigen rekening en risico te laten exploiteren. Na waardering van het door [naam] in eerste aanleg en in hoger beroep aangedragen bewijs, komt het hof tot het oordeel dat [naam] niet in dit bewijs is geslaagd. Nu niet vast is komen te staan dat [geïntimeerde] het Vervreemdingsbeding 2 heeft geschonden, kunnen de vorderingen van [naam] ook in hoger beroep niet worden toegewezen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis van de rechtbank.
Betrokken advocaten
mr. R.B.J.M. van der Linden
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11563, Rechtbank Gelderland, 22-12-2025, 11971995
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:63, Rechtbank Limburg, 08-01-2024, 10354523/AZ/23-18
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2023:4823, Rechtbank Overijssel, 28-11-2023, C/08/304005 / KG ZA 23-223
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2023:2810, Rechtbank Oost-Brabant, 23-05-2023, C/01/369542 / FA RK 21-1511
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2025
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.303.136_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:201