ECLI:NL:GHSHE:2025:220, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-01-2025, 23/317 tot en met 23/320 — GHSHE:2025:220
Samenvatting
Belanghebbende heeft de gronden voor het beroep voldoende gemotiveerd. Van misbruik van procesrecht is geen sprake, waardoor het hof toekomt aan een inhoudelijke behandeling. Het heffen van invorderingsrente is niet in strijdt met het Europees recht. Er wordt geen onderscheid tussen binnenlandse of buitenlandse motorvoertuigen gemaakt, waardoor van discriminatie geen sprake is. Voorts beslist het hof over toekenning van een vergoeding van immateriële schade in verband met een overschrijding van de redelijke termijn.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2018:2148, Rechtbank Den Haag, 23-02-2018, NL18.1818
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:13391, Rechtbank Den Haag, 16-11-2017, AWB - 17 _ 1614
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:11511, Rechtbank Den Haag, 09-10-2017, NL17.8431 en NL17.8437
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:6628, Rechtbank Den Haag, 31-05-2017, AWB - 17 _ 4925
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 januari 2025
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
23/317 tot en met 23/320
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:220