Rechter verbiedt advocaat om voicemail van klant online te zetten — GHSHE:2026:855
onrechtmatige publicatie / kort geding / portretrecht en privacy
Eiser / verzoeker
[geïntimeerde sub 1] en Handelsonderneming [YY] B.V.
Verweerder / gedaagde
[appellant sub 1] en [XX] Adviseurs B.V.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter: de LinkedIn-post met het voicemailbericht moest verwijderd blijven en verdere publicaties waren verboden op straffe van dwangsommen.
- Voicemailbericht waarin ondernemer aandringt op een gesprek en aankondigt langs te komen is bij objectieve lezing geen bedreiging
- Publicatie van het voicemailbericht op LinkedIn met kwalificatie 'dreiger' is onrechtmatig jegens de ondernemer
- Hof verwerpt bezwaar tegen nieuwe feiten in memorie van antwoord incidenteel appel, omdat die als verweer dienden tegen de eisvermeerdering
- Te laat ingediende productie (urenoverzichten) wordt buiten beschouwing gelaten wegens strijd met procesreglement en onvoldoende reactiemogelijkheid wederpartij
- Vonnis voorzieningenrechter — verwijdergebod en publicatieverbod met dwangsommen — wordt bekrachtigd
Samenvatting
Een conflict tussen een juridisch adviesbureau en een ondernemer die hulp had gezocht voor een vriend, escaleerde toen de directeur van het adviesbureau een voicemailbericht van die ondernemer op LinkedIn plaatste. Het gerechtshof in Den Bosch moest in dit kortgeding beoordelen of die publicatie rechtmatig was.
De ondernemer, directeur van een handelsonderneming in ferro-materialen, had in 2018 zijn goede vriend geholpen door samen met hem een juridisch adviesbureau in te schakelen voor een zakelijk geschil. De vriend betaalde het bureau 400.000 euro vooruit. Later vroeg het bureau de ondernemer ook om mee te werken aan een andere zaak: hij moest geld doorlenen aan een cliënte van het bureau die slachtoffer zou zijn van huiselijk geweld. De ondernemer werkte mee en leende 100.000 euro door.
In beide zaken gebeurde volgens de ondernemer weinig tot niets, terwijl er in de media ook negatieve berichten verschenen over het bureau en zijn bestuurders. Herhaalde pogingen om de bestuurders telefonisch te bereiken bleven zonder resultaat. Op 13 september 2024 sprak de ondernemer daarom een voicemailbericht in: hij zei er genoeg van te hebben, een afspraak te willen en, als er niet werd teruggebeld, zelf langs te komen om het uit te praten.
De directeur van het adviesbureau ervoer dit als een bedreiging en schakelde juridische bijstand in. Vervolgens plaatste hij op 31 oktober 2024 een deel van dat voicemailbericht op zijn LinkedIn-profiel — dat ook verwees naar het adviesbureau — met de tekst dat hij het bericht publiceerde 'uit verdediging voor een dreigement' en 'ter bevordering van het publieke debat over dreiging jegens professionals'. Hij noemde de ondernemer een 'dreiger' en stelde dat de identiteit van de persoon inmiddels bekend was.
De ondernemer en zijn handelsonderneming stapten naar de rechter en vorderden in kort geding onder meer verwijdering van de post en een verbod op verdere publicaties. De voorzieningenrechter in Den Bosch wees die vorderingen toe. Het adviesbureau en zijn directeur gingen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de voicemailberichten bij een objectieve lezing niet als bedreigend konden worden aangemerkt. De ondernemer had slechts aangegeven dat hij langs wilde komen om te praten, omdat telefonisch contact niet lukte. Dat de directeur van het bureau dit als dreigend had ervaren, maakte de LinkedIn-publicatie — waarbij de ondernemer werd omschreven als 'dreiger' en zijn stem publiekelijk hoorbaar werd gemaakt — niet gerechtvaardigd. De publicatie was onrechtmatig jegens de ondernemer.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. De post moest verwijderd blijven en verdere publicaties over de ondernemer in verband met de voicemails waren verboden, op straffe van dwangsommen. De proceskosten werden toegewezen, waarbij het hof de gevorderde reële proceskosten beoordeelde in het kader van het incidenteel hoger beroep van de ondernemer.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2308, Gerechtshof Amsterdam, 02-09-2025, 200.357.927/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:7899, Rechtbank Limburg, 07-08-2025, C/03/343884 / HA RK 25-114 / C/03/344320 HA RK 25-129
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5643, Rechtbank Amsterdam, 23-07-2025, C/13/770299 / KG ZA 25-421
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2025:967, Gerechtshof Den Haag, 03-06-2025, 200.347.835/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.351.953_01
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:855