Hof schorst voorlopige hechtenis voor tenuitvoerlegging ISD-maatregel — GHSHE:2026:934
voorlopige hechtenis / schorsing ter fine van executie ISD-maatregel
Eiser / verzoeker
Advocaat-generaal (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Het hof verlengde de voorlopige hechtenis met 120 dagen én schorste deze tegelijkertijd ter fine van executie van de onherroepelijke ISD-maatregel van twee jaar.
- Voorlopige hechtenis verlengd met 120 dagen op grond van artikel 66 lid 2 Sv, mede omdat de opgelegde gevangenisstraf van 2 jaar langer duurt dan het verlengde bevel
- Hof wijkt af van de wettelijke executievolgorde (voorlopige hechtenis gaat normaal voor) vanwege zwaarwegende persoonlijke belangen: licht verstandelijke beperking en ernstige verslavingsproblematiek
- Schorsing wordt bevolen ter fine van executie van de onherroepelijke ISD-maatregel van 2 jaar, nu behandeling via ISD prioriteit heeft en er geen zicht is op inhoudelijke behandeling in hoger beroep
- Voorlopige hechtenis herleeft automatisch bij verlof, strafonderbreking, detentiefasering of andere vrijlating uit de penitentiaire inrichting
Samenvatting
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de voorlopige hechtenis van een verdachte geschorst, zodat een eerder onherroepelijk opgelegde ISD-maatregel (Inrichting voor Stelselmatige Daders) van twee jaar zo snel mogelijk ten uitvoer kan worden gelegd. De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelde de verdachte eerder, op 19 februari 2026, tot een gevangenisstraf van twee jaar. Daartegen loopt nog een hoger beroep.
De verdachte heeft een licht verstandelijke beperking en kampt met ernstige verslavingsproblematiek. In een eerdere strafzaak werd hij al onherroepelijk veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. De verdediging vroeg het hof de voorlopige hechtenis te schorsen, zodat die ISD-maatregel — specifiek gericht op behandeling en gedragsverandering — zo snel mogelijk van start kan gaan. De advocaat-generaal was het daar niet mee eens.
Het hof stelde voorop dat volgens de ministeriële regeling de voorlopige hechtenis in principe voorgaat op de tenuitvoerlegging van andere vrijheidsbenemende sancties. Afwijken van die volgorde is alleen mogelijk bij een persoonsgerichte beoordeling die daartoe aanleiding geeft. Bovendien brengt schorsing ter fine van executie van een andere straf praktische risico's met zich mee, aldus het hof.
Toch oordeelde het hof dat in dit geval de schorsing gerechtvaardigd is. De combinatie van de licht verstandelijke beperking van de verdachte en zijn forse verslavingsproblematiek vormt een zwaarwegend persoonlijk belang. Bovendien is er nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de lopende hoger beroepszaak, zodat de verdachte anders langdurig in voorlopige hechtenis zou blijven zonder dat zijn problematiek wordt aangepakt via de ISD-maatregel die daarvoor juist bedoeld is.
Het hof verbond wel strikte voorwaarden aan de schorsing. De voorlopige hechtenis herleeft automatisch zodra de verdachte in aanmerking komt voor verlof, strafonderbreking of detentiefasering, of om welke reden dan ook vrijkomt uit de penitentiaire inrichting. Ook moet de verdachte zich houden aan alle oproepingen van politie en justitie en mag hij geen strafbare feiten plegen.
Het hof verlengde de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding met 120 dagen en wees tegelijkertijd het verzoek tot schorsing toe. De schorsing gaat in op het moment waarop de ISD-maatregel daadwerkelijk ten uitvoer kan worden gelegd, en duurt voort totdat die maatregel eindigt of de verdachte anderszins vrijkomt.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8354, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-11-2025, C/02/438511 / FA RK 25/4057
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7677, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-11-2025, C/02/438502 / FA RK 25-4050
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6824, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-10-2025, C/02/440614 / JE RK 25-1809 en C/02/440615 / JE RK 25-1810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:638, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-01-2025, C/02/429254 / JE RK 24-2162
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
20-000690-26
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:934