Hoge Raad verwerpt cassatieberoep eiser wegens onvoldoende gronden — HR:2011:BS8794
civiele cassatieprocedure (art. 81 RO-afdoening, inhoud geschil onbekend)
Eiser / verzoeker
Eiser (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Verweerder 1 en Verweerster 2 (namen geanonimiseerd)
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de eiser met toepassing van art. 81 RO en veroordeelde hem in de proceskosten.
- Hoge Raad verwerpt het principale cassatieberoep op grond van art. 81 RO zonder nadere motivering
- De aangevoerde klachten nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling
- Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van verweerders blijft buiten behandeling omdat het principale beroep faalt
- Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding (totaal circa €2.694)
Samenvatting
De Hoge Raad deed op 21 oktober 2011 uitspraak in een cassatieprocedure tussen een eiser en twee verweerders. De zaak had haar oorsprong in een procedure die in 2006 was gestart bij de rechtbank Maastricht en vervolgens in hoger beroep was behandeld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat in mei en november 2009 arrest had gewezen.
De eiser had cassatieberoep ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof. De verweerders hadden op hun beurt een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld, wat betekent dat dit beroep alleen inhoudelijk behandeld zou worden als het principale beroep van de eiser zou slagen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de eiser met een zogeheten art. 81 RO-beslissing. Dit is een verkorte afdoening die de Hoge Raad toepast wanneer de aangevoerde klachten klaarblijkelijk niet kunnen leiden tot cassatie en er geen rechtsvragen spelen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Een uitgebreide motivering wordt in dat geval achterwege gelaten.
Omdat het principale beroep faalde, hoefde de Hoge Raad het voorwaardelijke incidentele beroep van de verweerders niet meer te behandelen. De eiser werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, begroot op ruim 494 euro aan verschotten en 2.200 euro aan salaris voor de advocaten van de verweerders.
Betrokken advocaten
mr. L. Kelkensberg
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:258, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-02-2025, 200.331.488_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2025:256, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-02-2025, 200.328.447_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2024:7444, Rechtbank Midden-Nederland, 31-12-2024, C/16/572300 HL ZA 24-81
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:11056, Rechtbank Rotterdam, 18-10-2024, 10623869 CV EXPL 23-20939
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 oktober 2011
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
10/01003
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BS8794