ECLI:NL:HR:2021:1923, Hoge Raad, 17-12-2021, 20/01155 en 20/01158 — HR:2021:1923
Samenvatting
Intellectuele eigendom. Auteurscontractenrecht. Vraag of beding onredelijk bezwarend is in de zin van art. 25f lid 2 Auteurswet; toetsing ex tunc; verhouding met art. 6:2 en 6:248 BW. Naburige rechten; art. 1 onder d Wet naburige rechten; vraag of deejay als fonogrammenproducent kan worden aangemerkt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2723, Gerechtshof Amsterdam, 14-10-2025, 200.344.381/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:HR:2025:1024, Hoge Raad, 27-06-2025, 24/02577
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2025:656, Hoge Raad, 25-04-2025, 24/00227
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:PHR:2024:850, Parket bij de Hoge Raad, 30-08-2024, 23/02886
Parket bij de Hoge Raad · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2021
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrechtZaaknummer
20/01155 en 20/01158
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1923