Hoge Raad verwerpt cassatie moeder in kinderbeschermingszaak — HR:2021:1972
kinderbescherming / gezag en omgang
Eiser / verzoeker
de moeder
Verweerder / gedaagde
Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht / de vader / Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de moeder, waardoor de beschikking van het gerechtshof Den Haag onherroepelijk wordt.
- Hoge Raad verwerpt cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO zonder nadere motivering
- Klachten van de moeder kunnen niet leiden tot vernietiging van de hofbeschikking
- Geen rechtsvragen van belang voor eenheid of ontwikkeling van het recht aanwezig
- Beschikking gerechtshof Den Haag van 9 december 2020 blijft onherroepelijk in stand
Samenvatting
Een moeder stapte naar de Hoge Raad in een zaak over kinderbescherming, nadat zowel de rechtbank Rotterdam als het gerechtshof Den Haag al tegen haar hadden beslist. De zaak betrof een geschil waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond betrokken waren.
De moeder stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het hof Den Haag van 9 december 2020. De vader, als belanghebbende partij, verzocht de Hoge Raad het beroep te verwerpen. De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdbeschermingsinstelling lieten zich in cassatie niet vertegenwoordigen.
De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen, een advies dat de advocaat van de moeder schriftelijk betwistte. De Hoge Raad bekeek alle klachten die de moeder had ingediend tegen de hofbeschikking, maar oordeelde dat geen van die klachten konden leiden tot vernietiging van de eerdere uitspraak.
Omdat de zaak geen vragen opwerpt die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, maakte de Hoge Raad gebruik van de zogenoemde 'artikel 81'-procedure: een verkorte afdoening waarbij de rechter niet verplicht is uitgebreid te motiveren waarom het beroep wordt verworpen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de moeder, waarmee de beschikking van het gerechtshof Den Haag definitief in stand blijft.
Betrokken advocaten
mr. A.H. Vermeulen
moeder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:113, Hoge Raad, 24-01-2025, 24/01568
Hoge Raad · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:HR:2024:1775, Hoge Raad, 29-11-2024, 24/01445
Hoge Raad · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:HR:2024:425, Hoge Raad, 15-03-2024, 22/04898
Hoge Raad · Civiel Recht
ECLI:NL:HR:2022:1037, Hoge Raad, 08-07-2022, 21/05233
Hoge Raad · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
24 december 2021
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
21/00977
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1972