ECLI:NL:HR:2022:1910, Hoge Raad, 20-12-2022, 20/04077 — HR:2022:1910
Samenvatting
Voortgezette handeling van medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en gebruik maken van vervalst geschrift (art. 225.2 Sr), meermalen gepleegd. Relatieve competentie, art. 2.2 Sv. Is Rb Midden-Nederland bevoegd tot kennisneming van het aan verdachte tlgd. feit? Relatieve bevoegdheid van Rb tot kennisneming van strafbare feiten moet worden beoordeeld op grondslag van tll., zoals die luidt t.t.v. behandeling van zaak in eerste aanleg (vgl. HR:2009:BI4030). Hof heeft in specifieke situatie van dit geval (waarin a.g.v. herindeling in 2013 van rechtsgebieden van Rb enkele gemeenten van rechtsgebied van ene Rb in rechtsgebied van andere Rb zijn komen te vallen) tot uitgangspunt genomen dat, gelet op de in tll. vermelde pleegplaatsen, zowel Rb Midden-Nederland als Rb Amsterdam gelden als gelijkelijk bevoegde Rb. Hof heeft vervolgens o.g.v. art. 2.2 Sv Rb Utrecht, waarvan Rb Midden-Nederland de opvolger is, in deze situatie aangemerkt als Rb waar het eerst vervolging is ingesteld. Daarbij heeft hof betrokken dat bijzonder belang van verdachte bij berechting in Amsterdam niet is gesteld of aannemelijk geworden en dat er geen aanwijzingen zijn dat OM in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde heeft gehandeld. Een en ander getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2024:1821, Hoge Raad, 10-12-2024, 22/01091
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:952, Hoge Raad, 02-07-2024, 23/02030
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:809, Hoge Raad, 11-06-2024, 23/02706
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:78, Hoge Raad, 30-01-2024, 22/01438
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 december 2022
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
20/04077
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1910