ECLI:NL:HR:2023:1654, Hoge Raad, 28-11-2023, 21/04586 — HR:2023:1654
Samenvatting
Medeplegen zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad (art. 303 Sr) door meermalen met kracht met honkbalknuppel in richting van hoofd en tegen linker arm van aangever te slaan. 1. Betrouwbaarheid van verklaring van aangever. Heeft hof toereikend gemotiveerd uiteengezet waarom het de herkenning van verdachte door aangever voldoende betrouwbaar heeft geacht? 2. Bewijsklachten m.b.t. gebruik voor bewijs van historische (telefoon)verkeersgegevens. 3. Bewijsklacht m.b.t. gebruik voor bewijs van verklaring van getuige. 4. Bewijsklachten m.b.t. voorbedachte raad. Kon hof oordelen dat verdachte enige tijd de gelegenheid heeft gehad om na te denken over mogelijke gevolgen van voorgenomen daad en dat niet is gehandeld vanuit een hevige gemoedsopwelling? 5. Schriftuur benadeelde partij. Motivering beslissing hof op vordering b.p. m.b.t. immateriële schade. Kan uit motivering van hof worden afgeleid op welke omstandigheden de toewijzing van vordering b.p. is gebaseerd? Heeft hof verzuimd bij begroting van immateriële schade te letten op bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend? HR: art. 81.1 RO.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:482, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/04507
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1702, Hoge Raad, 18-11-2025, 25/00055
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:952, Hoge Raad, 02-07-2024, 23/02030
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 november 2023
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21/04586
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1654