Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2023:5Strafrecht

ECLI:NL:HR:2023:5, Hoge Raad, 10-01-2023, 21/02162 — HR:2023:5

Samenvatting

Belaging, art. 285b.1 Sr. 1. Aanhoudingsverzoek 1,5 uur voorafgaand aan tz. in hoger beroep door raadsman per e-mail gedaan en ttz. door gemachtigd raadsman herhaald op grond dat verdachte onvolledig tegen coronavirus (COVID-19) is gevaccineerd, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat niet is onderbouwd waarom verdachte niet veilig naar hof kan afreizen en (ten overvloede) o.g.v. belangenafweging. 2. Post-Keskin. Afwijzing verzoek horen aangeefsters op grond dat horen voor bewijsvoering geen toegevoegde waarde zal hebben. 3. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1896 m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Aan verzoek is ten grondslag gelegd dat verdachte ttz. aanwezig wil zijn maar dat hij, omdat hij slechts eerste vaccinatie tegen coronavirus heeft ontvangen, zich i.v.m. zijn broze gezondheid onvoldoende veilig voelt om te verschijnen. Hof heeft o.m. overwogen dat belang van doeltreffende en spoedige berechting zwaarder weegt dan belang bij uitoefenen van aanwezigheidsrecht en daarbij betrokken dat - mede doordat verzoek pas 1,5 uur voor tz. is gedaan - aanhouding tot gevolg zou hebben dat inhoudelijke behandeling niet eerder dan half jaar later zou kunnen plaatsvinden, terwijl andere planning mogelijk was geweest als verdachte na ontvangen van oproeping kenbaar had gemaakt tweede coronavaccinatie te willen afwachten. Afwijzing verzoek getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, gelet op wat hof heeft overwogen over o.m. ouderdom van feit, tijdsverloop in h.b., moment waarop verzoek is gedaan, belangen van aangevers en aanwezigheid ttz. van benadeelde partij. Deze belangenafweging draagt afwijzing aanhoudingsverzoek zelfstandig. HR merkt op dat zich hier niet het in HR:2020:1896 bedoelde specifieke geval voordoet dat verdachte door ziekte is verhinderd te verschijnen. Er bestaat geen aanleiding situatie in deze zaak - waarbij het verdachte ging om gezondheidsrisico’s i.v.m. reizen naar en verblijven in gerechtsgebouw - aan dat geval gelijk te stellen. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2021:576 en ECLI:NL:HR:2021:1930 m.b.t. beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door feitenrechter in situatie dat verzoek betrekking heeft op getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al (in vooronderzoek of anderszins) verklaring heeft afgelegd met belastende strekking, en beoordeling of horen van getuige voor bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben. Hof heeft overwogen dat het geen reden heeft te twijfelen aan betrouwbaarheid verklaringen aangeefsters en verder dat horen voor bewijsvoering geen toegevoegde waarde zal hebben omdat f&o waarover zij hebben verklaard buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan door andere resultaten van strafrechtelijk onderzoek. Afwijzing verzoek is niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat ’s hofs bewijsvoering mede steunt op verklaringen van deze getuigen en dat aan verzoek is ten grondslag gelegd dat die verklaringen belastend, onvoldoende betrouwbaar en feitelijk onjuist zijn en dat verdachte hen wil bevragen over specifieke data en tijdstippen waarop gedragingen zouden hebben plaatsgevonden en over hun redenen van wetenschap en onderlinge communicatie. Rb heeft hun verklaringen voor bewijs gebruikt en verdachte is niet in gelegenheid gesteld ondervragingsrecht uit te oefenen, zodat belang bij horen moet worden voorondersteld, terwijl wat hof in aanmerking heeft genomen en wat is aangevoerd niet met zich brengen dat dit belang ontbreekt. Door hof genoemde andere resultaten van strafrechtelijk onderzoek buiten verklaringen van deze getuigen zijn niet toereikend voor oordeel dat f&o waarover aangeefsters hebben verklaard al buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan. Ad 3. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissingen over belaging van 4 aangeefsters in bewezenverklaring en strafoplegging en terugwijzing. CAG (strekking): (algehele) vernietiging en terugwijzing.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 januari 2023

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

21/02162

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2023:5

Bekijk op rechtspraak.nl