ECLI:NL:HR:2023:820, Hoge Raad, 06-06-2023, 20/01279 — HR:2023:820
Samenvatting
Medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van cocaïne vanuit Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden naar Nederland, meermalen gepleegd (art. 10a.1 jo. 10.4 Opiumwet), deelneming aan criminele organisatie die zich bezighoudt met invoer van cocaïne (art. 11b.1 Opiumwet) en voorhanden hebben van patronen (art. 26.1 WWM). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van getuige op de grond dat concrete gegevens omtrent deze persoon ontbreken waardoor het niet mogelijk is hem te traceren. 2. Voldoet procedure als geheel aan recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM, gelet op ontbreken van mogelijkheid om getuige te horen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met HR:2022:192, HR:2022:193 en HR:2022:194.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:125, Hoge Raad, 30-01-2026, 24/00082
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:1822, Hoge Raad, 10-12-2024, 24/00552
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:1119, Hoge Raad, 10-09-2024, 23/03754
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:15, Hoge Raad, 16-01-2024, 22/04009
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 juni 2023
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
20/01279
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:820