Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2023:945Strafrecht

ECLI:NL:HR:2023:945, Hoge Raad, 20-06-2023, 21/03120 — HR:2023:945

Samenvatting

Opzettelijke brandstichting in eigen sportschool (art. 157.1 Sr), voorhanden hebben van pistool en munitie (art. 26.1 WWM), doen van valse aangifte van poging moord/doodslag en brandstichting (art. 188 Sr). Kennelijke leugenachtigheid. Is sprake van kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte die voor bewijs kan worden gebruikt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:1864 m.b.t. gebruik kennelijk leugenachtige verklaring voor het bewijs. Oordeel hof dat verklaring van verdachte, v.zv. inhoudende dat anderen verantwoordelijk zijn voor brandstichting in sportschool en beschieten van verdachte, als kennelijk leugenachtige verklaring voor het bewijs kan worden gebruikt, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Hof heeft overwogen dat de onderzoeksresultaten om drie redenen niet zijn te rijmen met fundamentele onderdelen van verklaring van verdachte. Hof heeft gedetailleerd aangegeven welke onderdelen van de verklaring als kennelijk leugenachtig moeten worden aangemerkt en op welke uit de bewijsvoering blijkende f&o zijn oordeel berust dat die verklaring niet alleen onverenigbaar is met die f&o, maar ook als kennelijk leugenachtig moet worden beschouwd. Daarbij is i.h.b. van belang dat de door hof vastgestelde discrepanties tussen die verklaring en de door hof besproken onderzoeksbevindingen van zodanige aard zijn dat deze zich niet verdragen met (bijvoorbeeld) een vergissing. Hof heeft verder i.v.m. relevantie van discrepanties voor bewijsvoering in aanmerking genomen dat verdachte zelf tijd en gelegenheid had om brand te stichten en dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van anderen, zodat het (gelet op de uit bewijsvoering blijkende f&o in samenhang met de door verdachte afgelegde kennelijk leugenachtige verklaring) niet anders kan dan dat verdachte degene is geweest die brand heeft gesticht, zichzelf heeft beschoten en valse aangifte heeft gedaan. Volgt verwerping.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

20 juni 2023

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

21/03120

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2023:945

Bekijk op rechtspraak.nl