Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2024:1343Strafrecht

ECLI:NL:HR:2024:1343, Hoge Raad, 01-10-2024, 22/03005 — HR:2024:1343

Samenvatting

Tussenarrest HR. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. Opiumwetdelicten. Ontbrekend p-v van zitting. Inwinnen van inlichtingen o.g.v. art. 83 RO. P-v van behandeling van uitleveringsverzoek van 15-6-2022 ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. N.a.v. verzoek dat raadsman o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR heeft gedaan, is door griffie van HR o.g.v. art. 83 RO bij Rb nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat geen p-v van behandeling van uitleveringsverzoek van 15-6-2022 is opgemaakt. O.g.v. art. 29.1 UW jo. art. 326.1 Sv houdt griffier p-v van behandeling van uitleveringsverzoek, waarin aantekening geschiedt van vormen die in acht zijn genomen en van al wat m.b.t. zaak op zitting voorvalt. In HR:2021:235 heeft HR opgemerkt dat in art. 83 RO opgenomen bevoegdheid van HR om inlichtingen die voor behandeling van zaak noodzakelijk worden geacht, in te winnen bij o.m. hoven kan worden benut om na te gaan of in dossier ontbrekende stukken zich nog bij hof bevinden en dat deze bevoegdheid er niet toe strekt hof te verzoeken om stukken die niet zijn opgemaakt, alsnog op te maken en in te sturen. In geval dat HR o.g.v. art. 83 RO bij gerecht informeert of zich daar nog ontbrekend stuk bevindt, en dit gerecht laat weten dat dit stuk niet voorhanden is, beoordeelt HR of aan ontbreken rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dat moet zijn. Gerecht mag in informatieverzoek niet aanleiding vinden om (op eigen initiatief) ontbrekend stuk alsnog op te maken. Voorgaande sluit niet mogelijkheid uit dat, als vaststaat dat bepaald stuk ontbreekt of onvolledig is, HR verzoek aan feitenrechter doet om alsnog dat stuk op te maken of aan te vullen. Van die mogelijkheid wordt alleen in bijzondere gevallen gebruikgemaakt. Zo’n geval was aan orde in HR:2016:2838. In die zaak was geluidsopname gemaakt van op zitting afgelegde verklaringen. Die opname was aan p-v van onderzoek ttz. gehecht, maar in dat p-v ontbrak (in strijd met wettelijke eisen) schriftelijke (zakelijke) weergave van betreffende verklaringen. Daarop werden voorzitter en griffier van hof door HR in gelegenheid gesteld om p-v op te maken in overeenstemming met wettelijke eisen. Ook in deze zaak doet zich zo’n bijzonder geval voor. In deze cassatieprocedure wordt als klacht naar voren gebracht dat p-v van behandeling van uitleveringsverzoek van 15-6-2022 ontbreekt en dat daardoor niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, welke verweren door raadsman zijn gevoerd. Bij stukken bevindt zich echter wel p-v van zitting van 20-10-2020. Op die zitting zijn opgeëiste persoon en zijn raadsman, overeenkomstig art. 26.2 UW, in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over uitleveringsverzoek en in verband daarmee te verrichten onderzoek en te nemen beslissingen, waarna behandeling van uitleveringsverzoek uitsluitend is aangehouden om OvJ in gelegenheid te stellen om navraag te doen naar (gewaarmerkt afschrift van) arrestatiebevel. Op nadere zitting is behandeling van uitleveringsverzoek volgens uitspraak voortgezet in stand waarin het zich bevond t.t.v. schorsing op 20-10-2020. Raadsman die aanwezig was op zitting van Rb van 20-10-2020, heeft opgeëiste persoon ook bijgestaan op zitting van 15-6-2022 en treedt nu voor hem op in deze cassatieprocedure. In schriftuur is geen klacht opgenomen over uitspraak van Rb, bijvoorbeeld dat Rb zou hebben verzuimd te reageren op bepaald door raadsman gevoerd verweer. In deze zaak vindt HR aanleiding om Rb in gelegenheid te stellen p-v van behandeling van uitleveringsverzoek van 15-6-2022 in overeenstemming met wettelijke eisen op te maken. Na ontvangst daarvan zal raadsman van opgeëiste persoon in gelegenheid worden gesteld om aanvullende schriftuur met middelen in te dienen. HR stelt Rb in gelegenheid p-v op te maken dat voldoet aan wettelijke eisen. CAG: anders.

Betrokken advocaten

mr. S.J. van der Woude

openbaar ministerie

Aves Advocaten, AMSTERDAM

mr. J. Asbroek

openbaar ministerie

mr. M. Diependaal

openbaar ministerie

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 oktober 2024

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

22/03005

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2024:1343

Bekijk op rechtspraak.nl