ECLI:NL:HR:2025:1089, Hoge Raad, 08-07-2025, 23/02902 — HR:2025:1089
Samenvatting
Mega ‘Zevenblad’. Boilerroomfraude. Medeplegen oplichting (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof de verklaring van inmiddels overleden getuige A voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die getuige niet ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? 2. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. bewijsbestemming van vals geschrift (brochure). Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576, HR:2021:1418 en HR:2017:1016 m.b.t. gevallen waarin rechter voor bewijs gebruik wil maken van een door getuige afgelegde verklaring, terwijl verdediging niet behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om t.a.v. getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, vraag of proces als geheel eerlijk is verlopen, gewicht van verklaring, reden voor uitblijven van ondervragingsgelegenheid en bestaan van voldoende compenserende factoren. Dat A is overleden levert “good reason for the absence of the witness” op. Hof heeft overwogen dat verklaring van A in belangrijke mate wordt ondersteund door verklaring van getuige B. Verder heeft hof overwogen dat er geen reden is om aan juistheid van verklaring van A te twijfelen. Hiermee heeft hof tot uitdrukking gebracht dat bewijsvoering voldoende steunbewijs bevat voor verklaringen van A en dat in die bewijsvoering compenserende factoren besloten liggen, die compensatie bieden voor het ontbreken van ondervragingsgelegenheid doordat zij steun geven aan betrouwbaarheid van verklaringen van A. Dat oordeel (waarin besloten ligt dat “the proceedings as a whole were fair”) getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat procesgang inhoudt dat (i) verdediging verzoek heeft gedaan 9 in bewezenverklaring in eerste aanleg bedoelde personen (beleggers) als getuige te horen, (ii) dat verzoek voor alle getuigen is toegewezen, en (iii) 7 van deze getuigen daadwerkelijk ttz. in hoger beroep zijn gehoord, terwijl t.l.v. verdachte is bewezenverklaard medeplegen oplichting van aantal personen (onder wie 6 in bewezenverklaring specifiek genoemde personen) waarbij uit ‘s hofs bewijsvoering kan worden afgeleid dat oplichtingshandelingen in de kern telkens volgens dezelfde werkwijze plaatsvonden. Ad 2. Hof heeft vastgesteld dat brochure mededelingen bevat die niet overeenstemmen met werkelijkheid, namelijk dat rechtspersoon “klein was gestart in 2002 en uitgegroeid was tot wereldspeler” en dat “aangeschafte carbon credits werden bewaard onder de hoofdrekening van een beheerder, die onder toezicht viel van Zwitserse toezichthouder bij een door Verenigde Naties goedgekeurd internationaal Carbon Credit Register”. Hof heeft hierover overwogen dat deze mededelingen bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen. ‘s Hofs hierop gebaseerde kennelijke oordeel dat daarmee brochure, gelet op aard van daarin gedane mededelingen, geschrift is dat is bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, is niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat hof over deze brochure als zodanig niets heeft vastgesteld waaruit volgt dat deze kan worden aangemerkt als geschrift waaraan in maatschappelijk verkeer zodanige betekenis pleegt te worden toegekend, dat sprake is van geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen a.b.i. art. 225 Sr. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. valsheid in geschrift en strafoplegging en terugwijzing. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. valsheid in geschrift, deelneming aan criminele organisatie en strafoplegging en terugwijzing. Samenhang met 23/02725 en 23/02872 en met 22/03454 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:489, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/01023
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:462, Hoge Raad, 01-04-2025, 23/01305
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:173, Hoge Raad, 04-02-2025, 24/03154
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:94, Hoge Raad, 21-01-2025, 22/02939
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2025
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/02902
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1089