Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2025:1437Strafrecht

ECLI:NL:HR:2025:1437, Hoge Raad, 30-09-2025, 24/01584 — HR:2025:1437

Samenvatting

Huisvredebreuk in kantoor van bank tijdens demonstratie (art. 138.1 Sr). Verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging vanwege onverenigbaarheid van strafvervolging met art. 10 en 11 EVRM. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:126 m.b.t. optreden van autoriteiten i.v.m. strafbaar feit dat tijdens demonstratie is begaan. Bij beantwoording van vraag of beperking van recht op vrijheid van vreedzame vergadering in democratische samenleving noodzakelijk is, kan o.m. locatie van demonstratie, in verband waarvan strafbare feit heeft plaatsgevonden, van belang zijn. Zo kan mede betekenis toekomen aan omstandigheid dat “private property” in geding is (vgl. EHRM nr. 44306/98 (Appleby tegen Verenigd Koninkrijk)). Als dat strafbare feit leidt tot wezenlijke aantasting van genot van “private property” geldt niet zonder meer “degree of tolerance” die in beginsel wel in acht moet worden genomen als vreedzame, tegen overheidsbeleid gerichte, demonstratie in publieke plaats (zoals gebouw dat bij overheid in gebruik is of gebouw dat anderszins publieke functie heeft) tot “a certain level of disruption to ordinary life” leidt (vgl. EHRM nr. 37553/05 (Kudrevicius e.a. tegen Litouwen)). Als, in geval als dit, waarin verdachte wordt vervolgd wegens overtreding van art. 138 Sr, rechter tot oordeel komt dat in concrete omstandigheden van geval strafrechtelijk optreden als geheel disproportioneel is en het daarmee ontoelaatbare beperking van recht op vrijheid van vreedzame vergadering betreft, moet rechter art. 138 Sr buiten toepassing laten en verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging (vgl. HR:2024:1623). Hof heeft verweer verworpen en geoordeeld dat bewezenverklaard feit kan worden gekwalificeerd als strafbaar feit maar dat voor deze huisvredebreuk geen straf of maatregel wordt opgelegd. Overwegingen van hof kunnen niet ’s hofs oordeel dragen dat (verder) politieoptreden tegen verdachte en vervolging van verdachte door OM, toelaatbare beperking van recht op vrijheid van meningsuiting en op vrijheid van vreedzame vergadering vormt. V.zv. hof zijn oordeel heeft gebaseerd op overweging dat politieoptreden tegen verdachte en vervolging van verdachte door OM niet afdoen aan wederrechtelijkheid van gedrag van verdachte en daarom niet tot ontslag van alle rechtsvervolging “kunnen” leiden, heeft hof miskend wat hiervoor is vooropgesteld. V.zv. hof dit niet heeft miskend, heeft hof zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd. Met ’s hofs vaststellingen in zijn overwegingen is niet verenigbaar dat hof het verweer dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege onverenigbaarheid van strafvervolging met art. 10 en 11 EVRM, heeft verworpen. Ook anderszins blijkt uit ‘s hofs overwegingen niet van zo’n wezenlijke aantasting van genot van “private property” als hiervoor bedoeld dat verdergaand strafrechtelijk optreden toch was geboden. In dat opzicht verschilt deze zaak van feitencomplex dat ten grondslag lag aan HR:2023:1742, waarin privé-eigendom (tijdelijk) onbruikbaar werd gemaakt en door optreden van demonstranten een gevaarlijke situatie voor derden werd gecreëerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01578, 24/01579, 24/01580, 24/01581, 24/01582, 24/01583 en 24/01632. CAG: anders.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 september 2025

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24/01584

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2025:1437

Bekijk op rechtspraak.nl