ECLI:NL:HR:2025:1445, Hoge Raad, 07-10-2025, 23/04450 — HR:2025:1445
Samenvatting
Mishandeling van zijn levensgezel door zijn vriendin met kracht in haar gezicht te slaan en bij haar bovenarm te pakken, art. 300.1 jo. 304.1 (oud) Sr. Bewijsklacht. Kan vriendin van verdachte worden aangemerkt als ‘zijn levensgezel’ a.b.i. art. 304.1 (oud) Sr? ’s Hofs oordeel dat vriendin van verdachte als ‘levensgezel’ a.b.i. art. 304 (oud) Sr kan worden aangemerkt, is ontoereikend gemotiveerd omdat gebruikte bewijsmiddelen onvoldoende inhouden over aard en hechtheid van betrekking tussen verdachte en zijn vriendin. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:489, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/01023
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:805, Hoge Raad, 27-05-2025, 23/00607
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:462, Hoge Raad, 01-04-2025, 23/01305
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:173, Hoge Raad, 04-02-2025, 24/03154
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 oktober 2025
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/04450
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1445