Hoge Raad verwerpt cassatie Graniet Import Benelux tegen BNNVARA — HR:2025:1524
cassatie civiel / onbekende grondslag (media/publicatie vermoedelijk)
Eiser / verzoeker
Graniet Import Benelux B.V. (GIB)
Verweerder / gedaagde
Omroepvereniging BNNVARA
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van GIB en veroordeelt haar in de proceskosten van €3.073 (€873 verschotten + €2.200 salaris).
- Hoge Raad verwerpt cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO zonder nadere motivering
- Arrest gerechtshof Den Haag van 28 mei 2024 blijft volledig in stand
- GIB veroordeeld in proceskosten cassatie: €873 verschotten en €2.200 salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling
- Advocaat-Generaal Hartlief concludeerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep
Samenvatting
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen dat Graniet Import Benelux B.V. (GIB) had ingesteld tegen omroepvereniging BNNVARA. Daarmee blijft het arrest van het gerechtshof Den Haag uit mei 2024 in stand.
De zaak tussen het Amsterdamse bedrijf GIB en de omroepvereniging BNNVARA sleept al enkele jaren. De rechtbank Den Haag deed in 2022 twee vonnissen in de zaak, waarna GIB in hoger beroep ging bij het gerechtshof Den Haag. Dat hof wees het beroep in mei 2024 af, waarop GIB de stap naar de Hoge Raad zette.
De Hoge Raad heeft de klachten van GIB tegen het arrest van het hof beoordeeld, maar oordeelt dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het eerdere arrest. De Hoge Raad maakt hierbij gebruik van de zogeheten 81 RO-bepaling: hij hoeft in dat geval niet uit te leggen waarom de klachten niet slagen, omdat beantwoording van de rechtsvragen niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Dit betekent in de praktijk dat de zaak inhoudelijk niet de drempel haalde voor een uitgebreide behandeling door de hoogste civiele rechter.
Ook de Advocaat-Generaal T. Hartlief had eerder geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moest worden. De advocaat van GIB reageerde nog schriftelijk op die conclusie, maar dat mocht niet baten.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt GIB in de proceskosten van de cassatieprocedure. Die kosten zijn aan de zijde van BNNVARA begroot op in totaal ruim drie duizend euro, te weten 873 euro aan verschotten en 2.200 euro aan salaris voor de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente als GIB niet binnen veertien dagen betaalt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:388, Hoge Raad, 14-03-2025, 23/04444
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2025:365, Hoge Raad, 07-03-2025, 23/04731
Hoge Raad · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:HR:2024:1074, Hoge Raad, 12-07-2024, 22/02270, 22/02230
Hoge Raad · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2024:1813, Rechtbank Overijssel, 03-04-2024, C/08/287480 HA ZA 22-374
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
10 oktober 2025
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
24/03279
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1524