ECLI:NL:HR:2025:1815, Hoge Raad, 02-12-2025, 23/03020 — HR:2025:1815
Samenvatting
Wederspannigheid (art. 180 Sr), belediging van politieagenten (art. 267.1 jo. 267.1.2 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat verdachte op vakantie is maar wel gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat aangevoerde niet aannemelijk is geworden. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1737 m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Raadsman heeft aan aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegd dat hij 2 weken voorafgaand aan zitting contact heeft gehad met verdachte, dat verdachte hem toen heeft laten weten dat hij op vakantie was en pas na zitting weer terug zou zijn en dat raadsman uit bericht van verdachte afleidt dat verdachte van aanwezigheidsrecht gebruik wil maken. Hof heeft aanhoudingsverzoek afgewezen omdat het kennelijk niet aannemelijk achtte dat verdachte gebruik wilde maken van aanwezigheidsrecht. Hof heeft daartoe overwogen dat dagvaarding geruime tijd voorafgaand aan zitting in persoon aan verdachte is betekend, dat contact tussen verdachte en raadsman op initiatief van raadsman tot stand is gekomen en dat hof uit tekst van bericht dat door verdachte aan raadsman is gestuurd niet afleidde dat verdachte van aanwezigheidsrecht gebruik wenste te maken. Oordeel is niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit vastgestelde omstandigheden niet blijkt dat verdachte niet op latere zitting van aanwezigheidsrecht gebruik wilde maken, en raadsman aanhoudingsverzoek heeft ontleend aan zijn (interpretatie van zijn) contacten met verdachte. Hof heeft daarnaast niet blijk gegeven van belangenafweging die (als ervan zou worden uitgegaan dat aan aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegde reden juist is) afwijzing van verzoek kan dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:461, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, 21-003156-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4463, Rechtbank Noord-Nederland, 23-10-2025, 18-207506-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4178, Rechtbank Noord-Nederland, 01-10-2025, 24/1024
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:4645, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-07-2025, 21-004176-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 december 2025
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/03020
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1815