Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2025:1926Strafrecht

ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932 — HR:2025:1926

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en handel in hennep. Afwijzing van verzoek tot horen van getuige. Kon hof oordelen dat verdediging het verzoek tot horen van getuige op eerdere tz. niet heeft willen handhaven? Hof heeft in bestreden uitspraak overwogen dat verdediging verzoek tot horen van getuige A in ontnemingszaak ttz. van 26-4-2022 niet heeft willen handhaven en dat verzoek tot horen van deze getuige in ontnemingszaak opnieuw is gedaan ttz. van 9-6-2023. Daarmee heeft hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het pas naar aanleiding van ttz. van 9-6-2023 door verdediging gedaan verzoek om A als getuige te horen een beslissing hoefde te nemen over als getuige oproepen van A en dat het ttz. van 26-4-2022 daarover geen beslissing hoefde te nemen. Dat oordeel geeft geen blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarvoor is van belang dat ttz. van 8-12-2020 gedaan verzoek tot horen van A als getuige moet worden aangemerkt als verzoek a.b.i. art. 414 Sv. Door zaak voor nader onderzoek naar Rh-C belast met behandeling van strafzaken te verwijzen, met opdracht A als getuige te horen, is aan verzoek uitvoering gegeven. Verdediging kon, als zij het wenselijk vond dat getuige alsnog zou worden gehoord in ontnemingszaak, die wens voorafgaand aan nadere tz. aan AG of tijdens nadere tz. aan hof kenbaar maken door daartoe strekkend, gemotiveerd verzoek te doen. Zo’n verzoek heeft verdediging gedaan ttz. van 9-6-2023. P-v van tz. van 26-4-2022 houdt niet in dat toen zo’n verzoek is gedaan. Hof hoefde daarom ttz. van 26-4-2022 niet (ook niet ambtshalve) beslissing te nemen over als getuige oproepen van A (vgl. HR:2022:1647). Volgt verwerping. Samenhang met 23/02851 P, 23/02983 P en 23/03023 P. Vervolg op HR:2024:416 (strafzaak).

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

16 december 2025

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

23/02932

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2025:1926

Bekijk op rechtspraak.nl