ECLI:NL:HR:2025:193, Hoge Raad, 07-02-2025, 23/04361 — HR:2025:193
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Financieel recht. Procesrecht. Hof oordeelt dat binnen beoogde structuur beëindiging vermogensbeheer alleen kon door inleveren aandelen in fonds tegen uitkering van waarde, waarbij niet past beëindiging door ontslag van bestuurder van fonds en opzeggen van investment management overeenkomst. Klachten: essentiële stellingen opzegmogelijkheid gepasseerd en onjuist vergoedingspercentage in dictum. In cassatie als verweer beroep op gezag van gewijsde. Samenhang met HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:67.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:514, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/01880
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2026:522, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/03569
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:501, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/00048
Hoge Raad · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:HR:2026:510, Hoge Raad, 27-03-2026, 24/00588
Hoge Raad · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 februari 2025
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
23/04361
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:193