Cassatieberoep afgewezen wegens niet-betaald griffierecht — HR:2026:285
belastingrecht / cassatie niet-ontvankelijkheid wegens onbetaald griffierecht
Eiser / verzoeker
[X] B.V. (belanghebbende)
Verweerder / gedaagde
niet vermeld (belastingkamer)
Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht, zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken
- BV heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om uitleg te geven over het uitblijven van betaling
- Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
Samenvatting
Een belastingzaak waarbij een BV cassatieberoep instelde tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is door de Hoge Raad afgewezen, nog voordat de inhoud van de zaak kon worden beoordeeld. De reden is simpel maar doorslaggevend: de BV heeft het verplichte griffierecht niet betaald.
Nadat het cassatieberoep was ingesteld, stuurde de griffier van de Hoge Raad in november 2025 een aangetekende brief naar het adres van de BV met de mededeling dat griffierecht verschuldigd was en met een betalingstermijn van vier weken. Uit de gegevens van PostNL bleek dat deze brief ook daadwerkelijk was afgeleverd. Betaling bleef echter uit.
Vervolgens gaf de griffier de BV nog een tweede kans. In december 2025 werd via het digitale dossier een bericht geplaatst, waarbij de BV in de gelegenheid werd gesteld uit te leggen waarom het griffierecht niet was voldaan. Van dit bericht werd ook een kennisgeving gestuurd naar het door de BV opgegeven e-mailadres. De Hoge Raad gaat er dan ook vanuit dat dit bericht de BV heeft bereikt. Toch reageerde de BV niet.
Omdat het griffierecht niet is betaald en de BV geen verklaring heeft gegeven voor het uitblijven van die betaling, heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de zaak inhoudelijk nooit is beoordeeld. De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam blijft daarmee in stand. Voor een proceskostenveroordeling zag de Hoge Raad geen aanleiding.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
belanghebbende
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 februari 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/03648
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:285