Hoger beroep vervalst document bij verblijfsvergunning herbehandeld — HR:2026:444
valsheid in geschrifte / gebruik vervalst document bij verblijfsvergunningaanvraag
Eiser / verzoeker
verdachte
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling, omdat het opzet van de verdachte onvoldoende was gemotiveerd.
- De verdachte diende bij de IND een vervalste verklaring omtrent gezinsinschrijving uit het Spaanse bevolkingsregister in, terwijl hij nooit in Spanje ingeschreven had gestaan.
- De Hoge Raad oordeelt dat het hof het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het gebruik van het vervalste document onvoldoende heeft gemotiveerd en verwijst de zaak terug.
Samenvatting
Een man uit Marokko, geboren in 1990, stond in 2014 terecht voor het gebruik van een vervalst document bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Hij diende op 24 juli 2014 in 's-Hertogenbosch een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op basis van zijn relatie met een Spaanse EU-burger. Bij die aanvraag werd een verklaring omtrent gezinsinschrijving uit het Spaanse bevolkingsregister meegestuurd, waaruit zou blijken dat hij samen met zijn partner op een adres in Spanje stond ingeschreven.
Uit onderzoek bleek echter dat de man nooit in Spanje ingeschreven had gestaan. De Spaanse autoriteiten bevestigden via een Europees Onderzoeksbevel dat er geen enkele registratie van hem bestond in Spanje. Het document was dus vervalst. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde hem in september 2023 voor het opzettelijk gebruikmaken van dit vervalste geschrift.
De verdachte ging in cassatie bij de Hoge Raad. Zijn advocaat klaagde dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de verdachte het zogeheten voorwaardelijk opzet had op het gebruik van een vervalst document. De verdachte had bij de rechtszitting in hoger beroep verklaard dat hij de papieren niet zelf had ingevuld en dat zijn toenmalige vriendin alle documenten regelde. Hij zou enkel zijn handtekening hebben gezet, omdat hij haar vertrouwde en de Nederlandse taal niet beheerste.
Het cassatiemiddel richtte zich specifiek op de vraag of het hof voldoende had gemotiveerd dat de verdachte wist — of bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde — dat het document vervalst was. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat de uitspraak van het hof inderdaad niet in stand kon blijven en adviseerde de zaak te vernietigen en terug te wijzen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling.
De Hoge Raad volgde deze conclusie. Het cassatiemiddel slaagde: de bewezenverklaring van het opzet was onvoldoende gemotiveerd door het hof. Daarmee wordt de veroordeling vernietigd en moet het gerechtshof 's-Hertogenbosch de zaak opnieuw beoordelen. Bij die nieuwe behandeling zal het hof opnieuw moeten vaststellen of de verdachte daadwerkelijk wist of begreep dat hij een vervalst document indiende, of dat hij dit op zijn minst bewust heeft geaccepteerd als reëel risico.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:22695, Rechtbank Den Haag, 01-12-2025, 09-140264-24 & 09-263521-25 (ttz. gev.)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7442, Rechtbank Midden-Nederland, 30-10-2025, 16/222697-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:9638, Rechtbank Limburg, 07-10-2025, 03.325269.23
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:9684, Rechtbank Limburg, 07-10-2025, 03.325269.23 ontn.
Rechtbank Limburg · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/03794
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:444