ECLI:NL:HR:2026:497, Hoge Raad, 31-03-2026, 23/04525 — HR:2026:497
Samenvatting
Diefstal, art. 310 Sr. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat ttz. Pr afstand is gedaan van rechtsmiddelen. Gebrek in vaststelling en ondertekening van p-v van tz. in h.b., art. 327 Sv. P-v van tz. in h.b. is niet uitgewerkt, nu voorzitter hof en griffier niet langer bij hof werkzaam zijn. Nietigheid onderzoek ttz. en uitspraak? Volgens verklaring van senior-secretaris hof is p-v van tz. in h.b. niet uitgewerkt. Daardoor ontbreekt p-v dat door rechter die over zaak heeft geoordeeld en door griffier is vastgesteld en ondertekend overeenkomstig art. 327 Sv. Dat betrokken raadsheer en griffier niet meer werkzaam zijn bij hof, vormt niet zodanig bijzondere omstandigheid dat het aan zo’n verzuim te verbinden gevolg van nietigheid van onderzoek ttz. en naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak achterwege kan blijven (vgl. HR:2020:1605). Volgt vernietiging en terugwijzing.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1509, Hoge Raad, 14-10-2025, 23/01464
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1551, Hoge Raad, 14-10-2025, 22/04905
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:359, Hoge Raad, 11-03-2025, 24/00579
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/04525
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:497