ECLI:NL:HR:2026:498, Hoge Raad, 31-03-2026, 25/01759 — HR:2026:498
Samenvatting
Beklag, beslag ex. art. 94a Sv op auto onder zoon van klager t.z.v. verdenking van meerdere verkeersovertredingen, waarna auto in strafzaak tegen zoon bij onherroepelijk vonnis verbeurd wordt verklaard en beklagrechter de klager n-o verklaart. Bevoegdheid Rb (enkelvoudige raadkamer). Is Rb bevoegd tot behandeling van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu tegen strafvonnis ingesteld hoger beroep is ingetrokken? HR ambtshalve: Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht (gelet op art. 552b.2 Sv) niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift, moet het bepalen dat griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is vonnis met daarin verbeurdverklaring van auto pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv (vgl. 2011:BM0781 en HR:2026:35). HR zal met vernietiging van beschikking van Rb de zaak voor verdere behandeling en afdoening verwijzen naar het o.g.v. art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. HR bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar Rb. CAG (strekking): klager n-o.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:74, Hoge Raad, 20-01-2026, 25/01182
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2026:22, Hoge Raad, 06-01-2026, 23/03996
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1509, Hoge Raad, 14-10-2025, 23/01464
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25/01759
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:498