ECLI:NL:HR:2026:499, Hoge Raad, 31-03-2026, 25/01767 — HR:2026:499
Samenvatting
Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Nederlandse en Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. verdenking van handel in harddrugs en deelneming aan criminele organisatie. Genoegzaamheid van stukken, art. 18.3.a Uitleveringswet en art. 12.2.a Europees Verdrag betreffende uitlevering. Mag bevel tot aanhouding zijn gedateerd na datum van uitleveringsverzoek? Opvatting dat bevel tot aanhouding dat is gegeven nadat uitleveringsverzoek is gedaan, niet kan worden aangemerkt als bevel tot aanhouding a.b.i. art. 18.3.a Uitleveringswet en art. 12.2.a EUV, vindt geen steun in recht. Uit deze bepalingen volgt namelijk niet dat bevel tot aanhouding al moet zijn gegeven op moment dat uitleveringsverzoek wordt gedaan. Volgt verwerping.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:489, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/01023
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1509, Hoge Raad, 14-10-2025, 23/01464
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1551, Hoge Raad, 14-10-2025, 22/04905
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1445, Hoge Raad, 07-10-2025, 23/04450
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25/01767
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:499