Hoge Raad verlaagt boete BV wegens te lang cassatieproces — HR:2026:503
economisch strafrecht / cassatie / redelijke termijn / geldboete
Eiser / verzoeker
Verdachte B.V.
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De geldboete werd wegens overschrijding van de redelijke termijn verlaagd van €70.000 naar €67.500; de overige cassatiemiddelen werden verworpen.
- Alle cassatiemiddelen van de verdachte BV werden verworpen met toepassing van artikel 81 lid 1 RO
- De Hoge Raad stelde ambtshalve vast dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden (meer dan twee jaar na instellen beroep)
- Overschrijding van de redelijke termijn leidde tot verlaging van de geldboete van €70.000 naar €67.500
- De inhoudelijke veroordeling door het hof 's-Hertogenbosch bleef volledig in stand
Samenvatting
Een besloten vennootschap die door het gerechtshof 's-Hertogenbosch was veroordeeld wegens een economisch delict, stapte naar de Hoge Raad in cassatie. Het bedrijf had meerdere klachten over de uitspraak van het hof, maar geen van die bezwaren hield stand.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen die de verdachte had ingediend. Omdat de behandeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de rechtsontwikkeling of de rechtseenheid, hoefde de Hoge Raad daarvoor geen uitgebreide motivering te geven — een zogeheten 81 RO-afdoening.
Toch leidde de gang naar de hoogste rechter tot een gedeeltelijke overwinning voor de BV, zij het om een andere reden dan de verdachte zelf aanvoerde. De Hoge Raad stelde ambtshalve — dus op eigen initiatief, zonder dat de verdachte dit had aangevoerd — vast dat de cassatieprocedure meer dan twee jaar had geduurd. Dat is te lang: het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verplicht tot een behandeling binnen een redelijke termijn. Overschrijding van die termijn moet worden gecompenseerd.
De straf die het hof had opgelegd, een geldboete van 70.000 euro, werd daarom door de Hoge Raad met 2.500 euro verlaagd. Het bedrijf hoeft uiteindelijk 67.500 euro te betalen.
Betrokken advocaten
mr. R.B. Milo
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2024:8672, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2024, C/02/428360 / FA RK 24-5141
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:10662, Rechtbank Rotterdam, 29-10-2024, ROT 23/2136
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:1596, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-03-2024, 02/011496-23
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:11162, Rechtbank Rotterdam, 30-11-2023, ROT 23/2136
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/01093
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:503