Hoge Raad verlaagt taakstraf wegens te lang cassatieproces — HR:2026:504
economische strafzaak / overschrijding redelijke termijn cassatie / strafvermindering
Eiser / verzoeker
Verdachte (geboren 1969)
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De taakstraf wordt wegens overschrijding van de redelijke termijn verminderd van 100 naar 90 uur, subsidiair 45 dagen hechtenis; de overige cassatieklachten worden verworpen.
- Alle cassatieklachten van de verdachte worden verworpen op grond van artikel 81 RO zonder nadere motivering
- De Hoge Raad stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden omdat meer dan twee jaar verstreken is na het instellen van het beroep
- Als compensatie voor de termijnoverschrijding wordt de taakstraf verminderd van 100 naar 90 uur, met vervangende hechtenis van 50 naar 45 dagen
- Het arrest van het hof 's-Hertogenbosch van 15 maart 2023 blijft voor het overige in stand
Samenvatting
Een verdachte die in hoger beroep werd veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, ziet die straf alsnog verlaagd door de Hoge Raad. Niet omdat zijn eigen cassatieklachten slaagden, maar omdat het cassatieproces zelf te lang duurde.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde de verdachte in maart 2023 in een economische strafzaak. De verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Zijn advocaat R.B. Milo voerde diverse klachten aan over het arrest van het hof. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad adviseerde de klachten in hoofdzaak te verwerpen, maar zag wel aanleiding de taakstraf te verlagen vanwege de duur van de procedure.
De Hoge Raad verwierp alle cassatieklachten van de verdachte. Geen van de aangevoerde bezwaren was voldoende om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad paste daarbij artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie toe: hij hoeft niet uit te leggen waarom klachten worden verworpen als de zaak geen rechtsvragen van algemeen belang bevat.
Toch greep de Hoge Raad alsnog in, maar dan op eigen initiatief. Tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak van de Hoge Raad verstreken meer dan twee jaar. Dat is volgens vaste rechtspraak een overschrijding van de redelijke termijn die het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan verdachten toekent. Als compensatie voor die overschrijding moet de opgelegde straf worden verminderd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof daarom op één punt: de hoogte van de taakstraf. De straf van 100 uur werd verlaagd naar 90 uur, met een bijbehorende vervangende hechtenis van 45 in plaats van 50 dagen voor het geval de verdachte de taakstraf niet uitvoert.
Betrokken advocaten
mr. R.B. Milo
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2024:8672, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2024, C/02/428360 / FA RK 24-5141
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:10662, Rechtbank Rotterdam, 29-10-2024, ROT 23/2136
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:1596, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-03-2024, 02/011496-23
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:11162, Rechtbank Rotterdam, 30-11-2023, ROT 23/2136
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/01102
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:504