ECLI:NL:HR:2026:517, Hoge Raad, 31-03-2026, 25/00144 — HR:2026:517
Samenvatting
Beklag ex art. 5:5.12 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94a Sv op geldbedragen (1.701 Deense Kronen en € 7.810,73) onder veroordeelde in Denemarken n.a.v. Europees Bevriezingsbevel van Nederlandse autoriteiten, waarna rechter in ontnemingszaak tegen veroordeelde onherroepelijke betalingsverplichting van € 30.839,88 oplegt en beklagrechter de veroordeelde n-o verklaart in zijn klaagschrift omdat dit niet is ingediend binnen 3 maanden nadat vervolgde zaak tot einde is gekomen. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 6:4:4.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG, kan HR het cassatieberoep van veroordeelde niet in behandeling nemen. CAG: Door het onherroepelijk worden van ’s hofs uitspraak in ontnemingszaak tegen veroordeelde kon op dat moment worden aangevangen met tul van ontnemingsvordering. Het onherroepelijk worden van ’s hofs uitspraak in ontnemingszaak brengt immers mee dat conservatoir beslag op geldbedragen o.g.v. art. 6:4:9 jo. 6:4:4.2 Sv is overgegaan in executoriaal beslag. Onherroepelijke uitspraak geldt als executoriale titel (art. 6:4:4.2 Sv jo. art. 704.1 Rv). Verhaal geschiedt op wijze voorzien in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dat betekent dat veroordeelde geen belang heeft bij cassatieberoep tegen beschikking Rb. Veroordeelde n-o. Samenhang met 22/01213 P (niet gepubliceerd; ontnemingszaak tegen veroordeelde; art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG).
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:359, Hoge Raad, 11-03-2025, 24/00579
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:94, Hoge Raad, 21-01-2025, 22/02939
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:1833, Hoge Raad, 17-12-2024, 22/02818
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:1524, Hoge Raad, 22-10-2024, 23/03615
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25/00144
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:517