Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:533
niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onbetaald griffierecht
Eiser / verzoeker
[X] B.V.
Verweerder / gedaagde
niet vermeld (belastingzaak)
Het cassatieberoep van de vennootschap is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
- Digitaal bericht in dossier plus kennisgeving per e-mail boden herstelkans, maar vennootschap reageerde niet
- Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
- Inhoudelijke beoordeling van de cassatiemiddelen blijft achterwege
Samenvatting
Een vennootschap die in cassatie ging bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, heeft haar beroep verloren nog voordat de inhoud werd beoordeeld. De reden: het griffierecht werd niet betaald.
De griffier van de Hoge Raad stuurde het bedrijf op 29 december 2025 een aangetekende brief met het verzoek het verschuldigde griffierecht binnen vier weken te voldoen. Uit de Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat de brief was bezorgd op het door de vennootschap opgegeven adres. Toch bleef betaling uit.
Daarop plaatste de griffier op 27 januari 2026 een bericht in het digitale dossier van de vennootschap, waarbij haar de kans werd geboden uit te leggen waarom het griffierecht niet was betaald. Op hetzelfde moment werd een kennisgeving verstuurd naar het opgegeven e-mailadres. De Hoge Raad gaat er op basis van de wet van uit dat de vennootschap dit bericht die dag heeft ontvangen. De vennootschap reageerde echter niet.
Door het uitblijven van zowel betaling als een verklaring, had de Hoge Raad geen andere keuze dan het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren. De zaak komt daarmee definitief ten einde zonder dat de inhoudelijke bezwaren tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam ooit zijn beoordeeld. Een veroordeling in de proceskosten volgde niet.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/04219
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:533