Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:535
niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onbetaald griffierecht (belastingzaak)
Eiser / verzoeker
[X] B.V.
Verweerder / gedaagde
niet vermeld (belastingzaak)
Het beroep in cassatie van [X] B.V. is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
- Kennisgeving via digitaal dossier en e-mail op 27 januari 2026 geldt als ontvangen op die datum (art. 8:36c lid 2 Awb)
- Geen reactie van belanghebbende op de gelegenheid om het uitblijven van betaling toe te lichten
- Cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
Samenvatting
Een vennootschap die in cassatie wilde gaan tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in een belastingzaak, heeft haar beroep verspeeld doordat zij het verplichte griffierecht niet heeft betaald.
De griffier van de Hoge Raad had de vennootschap eind december 2025 per aangetekende brief gewaarschuwd dat griffierecht verschuldigd was en daarvoor een betalingstermijn van vier weken gegeven. Volgens de Track & Trace-gegevens van PostNL is die brief bezorgd op het opgegeven adres. Betaling bleef desondanks uit.
Vervolgens plaatste de griffier op 27 januari 2026 een bericht in het digitale dossier van de vennootschap, met de uitnodiging om uit te leggen waarom het griffierecht niet was voldaan. Tegelijkertijd werd een kennisgeving gestuurd naar het door de vennootschap opgegeven e-mailadres. De Hoge Raad beschouwt dat bericht daarmee als ontvangen op diezelfde datum. De vennootschap reageerde niet.
Omdat zowel de betaling als enige toelichting uitbleven, had de Hoge Raad geen andere mogelijkheid dan het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren. Een inhoudelijke beoordeling van de zaak bleef daarmee achterwege. Voor een proceskostenveroordeling zag de Hoge Raad geen aanleiding.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/04222
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:535