Hoge Raad verwerpt cassatie na niet-betalen griffierecht — HR:2026:537
cassatie niet-ontvankelijkheid / griffierecht belastingrecht
Eiser / verzoeker
[X] B.V.
Verweerder / gedaagde
onbekend (niet vermeld in uitspraak)
Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken
- Aangetekende brief was aantoonbaar afgeleverd op het opgegeven adres
- Digitale kennisgeving per e-mail geldt als ontvangen op de dag van verzending (art. 8:36c lid 2 Awb)
- Geen gebruikmaking van de gelegenheid om het uitblijven van betaling te verklaren
- Beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
Samenvatting
Een besloten vennootschap die in cassatie was gegaan tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, heeft haar zaak verloren nog voordat die inhoudelijk kon worden beoordeeld. De reden: het griffierecht werd niet betaald.
De griffier van de Hoge Raad had de vennootschap per aangetekende brief gewezen op de verplichting griffierecht te betalen en daarvoor een termijn van vier weken gegeven. Uit de Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat die brief was afgeleverd op het door de vennootschap opgegeven adres. Toch bleef betaling uit.
Na het verstrijken van de betalingstermijn plaatste de griffier op 2 februari 2026 een bericht in het digitale dossier van de vennootschap, met de uitnodiging uit te leggen waarom het griffierecht niet was voldaan. Een kennisgeving hiervan werd diezelfde dag verstuurd naar het door de vennootschap opgegeven e-mailadres. De Hoge Raad beschouwde dat bericht daarmee als ontvangen op 2 februari 2026. De vennootschap reageerde echter ook hierop niet.
Omdat de vennootschap het griffierecht niet betaalde en ook geen gebruik maakte van de geboden gelegenheid om een verklaring te geven, liet de Hoge Raad de zaak niet inhoudelijk toe. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/04331
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:537